Vlissingen, een omsloten stad

De ligging aan zee heeft Vlissingen altijd een strategisch belang gegeven. Vanaf de 14e eeuw hebben machthebbers de stad willen beschermen. Waar eerst de bescherming nog uit dijken en wallen bestaat verandert dit in de daarop volgende eeuwen. De stad wordt ommuurd, wallen worden verhoogd en er worden grachten gegraven. Verschillende inzichten onder verschillende invloeden doen de vesting van vorm veranderen. Waar Italiaanse bouwmeesters het gebastioneerde stelsel introduceren, worden deze door Nederlandse vestingbouwers in latere jaren aangepast. Uiteindelijk zijn de Fransen de laatste die in de 19e eeuw het tracé en de fortificatiewerken bepalen. Dit betekent niet dat na  het vertrek van de Fransen de stad vesting af is en klaar is om uit te breiden. Het tegendeel is waar; nog ruim 65 jaar zit de stad opgesloten tussen de vestingwallen.
Water en vestingwerken

Onmiskenbaar voor de omsloten stad is de hoofdwal die rond de stad loopt. Aan de landzijde bestaande uit aarden wallen, dit in tegenstelling tot het zeefront wat grotendeels uit muren is opgetrokken.

Naast de zee als natuurlijke verdediging bevindt zich aan de landzijde, net voorbij de hoofdwal een natte hoofdgracht. De hoofdgracht voorbij is er een belangrijke verdediging aangelegd door de Fransen, een breed glacis met een bedekte weg.

Het glacis waarvan de bouw gestart is in 1811 bestaat uit opgebaggerde grond afkomstig uit de kunstmatig aangelegde voorgracht. De bedekte weg volgt samen met het glacis het verloop van de gracht en functioneert als gevechtsopstelling voor infanterie.

Op het glacis zijn in dezelfde periode 3 lunetten gebouwd, wat zich het beste laat omschrijven als kleine verdedigingswerken. De lunetten zijn dusdanig neergezet dat de overzijde van de voorgracht makkelijk vanuit hier te bestrijken is.

Dit zo bezien is het niet verkeerd om te stellen dat de stad opgesloten ligt tussen de vestingwerken en het water.

Niet helemaal opgesloten

De stad is natuurlijk niet in letterlijke zin van het woord helemaal opgesloten. Er zijn verschillende kleine poorten aanwezig om buiten de vestingwal te komen. Zo zijn er een aantal aan de zeekant gelegen die toegang geven tot de havenhoofden. De poorten aan de landkant geven toegang tot de dijkposten en het glacis. Wil je echter de stad in of uit met een rijtuig dan moet er gebruikt gemaakt worden van de aan de westelijke en oostelijke kant van de vesting gelegen toegangspoorten; de Duinpoort (1812) en de Rammekenspoort (1659).

Westelijke zijde

Oostelijke zijde

Rijkdom gaat verloren

Waar in de 14e eeuw Vlissingen beschermd moet worden uit economisch belang kreeg dit bij de Franse overheersing een gewichtig militair aspect. Zeker na de korte Engelse bezetting  wordt de vesting na 1809  versterkt. Dit gaat samen  met de  terugkeer van vele  Fransen soldaten, wat de overgebleven inwoners van Vlissingen zorgen baart. Vele staat het nog vers in het geheugen hoe de Fransen hun stempel drukken op het leven in en rond de stad.

Hun angst zal niet niet ongegrond blijken.

Door de verbeteringen die uitgevoerd moeten worden aan de vestingwerken begint men met het onteigenen van percelen en panden. Hierdoor komt een deel van de rijkdom van Vlissingen na voltooing van de werken begraven te liggen onder de vestingwerken. De voormalige eigenaren worden dan wel gecompenseerd voor het inleveren van hun bezittingen, echter is de taxatie met dezelfde voortvarendheid uitgevoerd als het onteigenen. Hierdoor krijgen vele eigenaren te weinig uitgekeerd.

Dit en allerlei andere negatieve zaken doet het inwonersaantal niet goed. Inwoners met een beetje vermogen trekken weg, panden komen leeg te staan en armoede valt de stad ten deel.

In 1795 zijn er nog ongeveer 8000 inwoners woonachtig in de stad. Bij het aanbreken van de Franse tijd neemt het aantal schrikbarend af. Rond 1805 staat de teller nog op 7296, om in 1811 en 1813 uit te komen op respectievelijk 4840 en 4700 inwoners. Zodra de stad weer onder Nederlands bestuur valt stijgt het inwonersaantal. Maar zeker niet de welvaart.

Zo zijn er in jaar 1841 in Vlissingen 1792 gezinnen woonachtig. Het totale inwonersaantal bedraagt dan 8981 waaronder 1256 Garnizoen soldaten en officieren.

Van de inwoners zijn vele als handarbeider werkzaam op scheepswerf of betrokken bij werkzaamheden voor het garnizoen. Daarnaast komt er ook geld binnen door het binnenlopen van oorlogs- en koopvaardij schepen. Maar veel wordt er niet verdient, zeker niet in de winter. Dan laat de welvaart veel te wensen over.

Vlissingen blijft een vesting

Na het vertrek van de Fransen in 1814 komt Vlissingen in mei van dat jaar weer in Nederlandse handen. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815) loopt dan van de noordelijke provincies tot aan de grens van Frankrijk.

Nederland komt terecht in een langere periode van vrede. Alleen onderbroken door de opstand in de zuidelijke Nederlanden ( België ) in 1830-1839. Ten gevolge van deze gebeurtenis wordt de vesting Vlissingen in staat van oorlog gebracht.

1839, Vesting Vlissingen niet meer in staat van oorlog.

Uiteindelijk verliest Koning Willem I zijn zeggenschap over de vele zuidelijk gelegen vestingen. Dit gaat niet op voor Maastricht en Antwerpen, deze blijven nog in handen van de vorst. Toch zal de vesting Antwerpen na een belegering door het Franse leger na een maand capituleren.

Als Antwerpen ergens bij betrokken is, dan is Vlissingen dit ook.

Vlissingen is samen met het bruggenhoofd Breskens in staat de Westerschelde af te sluiten voor een vijandige sloot. Het afsluiten van de Scheldemonding staat dan ook gelijk aan het afsluiten van de toegang tot de haven van Antwerpen.

Dit is dan ook reden waarom de vesting Vlissingen nog vele jaren in de belangstelling blijft staan. Dit brengt met zich mee dat de vestingwallen de stad blijven omsluiten, van afbreken is dan ook nog geen spraken.

Sterker nog, gedurende vele jaren ondergaat de vesting meerdere inspecties door leden van de Genie. Meerdere malen volgt hier een advies uit wat er moet gebeuren om de vestingwerken in goede staat te houden. Dit beperkt zich niet alleen tot herstelwerkzaamheden maar ook aan vernieuwen.

 

Een leuk feitje om te noemen is de toestand van een deel door de Fransen opgebouwde metselwerken. Deze verkeren in zeer slechte staat en moeten herstelling ondergaan schrijft de Genie inspecteur. De Fransen hebben verkeerd gebakken stenen gebruikt die niet bestand zijn tegen het Zeeuwse klimaat.

In 1841 komen er nog een 6-tal adviezen waarvan de belangrijkste zijn het verlengen van het glacis voor de hoofdwal, het aanbrengen van een dam tussen de voor- en hoofdgracht en het verhogen van zowel de bedekte weg alsook sommige delen van de hoofdwal. De inspecteur geeft aan dat de lunetten gelegen op het glacis afgegraven mogen worden om grond beschikbaar te maken voor de voorgenoemde ophogingen.

In de daarop volgende jaren blijft de stad aan de Schelde belangrijk in militair opzicht. Dit blijkt ook uit verslagen van inspecteurs der Genie. Een verslag uit 1857 geeft als advies het verbreden van de walgangen achter een deel van de vestingmuren. Dit met als doel meer en zwaarder geschut te plaatsten.

Opvallend is wel dat de meeste veranderingen betrekking hebben op het zeefront. Het landfront wordt steeds minder belangrijk. Dit zou een reden kunnen zijn om te beginnen met het afbreken van de vestingwallen en de stad zijn benodigde uitbreiding te geven. Jammer genoeg is dit laatste is nog niet aan de orde.

Koninklijk besluit

Een koninklijk besluit van 29 mei 1867 bepaalt dat de vesting Vlissingen vesting af is. Hiermee is de militaire rol die Vlissingen bijna 5 eeuwen lang heeft vervuld tot een eind gekomen. Vlissingen staat aan het begin van een nieuwe periode. Een periode waar de stad niet meer begrenst gaat worden door vestingwerken.

Uiteindelijk verdwijnen de vestingwerken


Het ooit welvarende Vlissingen is verarmd achtergelaten door de Fransen in 1814. In de jaren daarna nooit echt de kans gekregen zich te ontwikkelen naar de situatie van vroegere tijden. Een belangrijke handelsstad, gelegen aan zee.

De oprichting van de marinewerf (1815) , de verhuizing van het loodswezen (1814) vanuit Antwerpen naar Vlissingen en de oprichting van verschillende veerdiensten onder andere naar Antwerpen en Breskens (1828) zorgt ervoor dat er een economische opleving plaatsvindt. Het bevolkingsaantal groeit in 1860 tot boven de 10.000.

In 1866 gaat er een schok door Vlissingen als de marinewerf samengaat met Den Helder en hierdoor verdwijnt uit Vlissingen. Samen met de opheffing van de vesting komt Vlissingen weer terecht in een slechte economische situatie.

5-1-1867

Toch geeft de opheffing van de vesting, Vlissingen de kans om nu eindelijk te gaan groeien. Zodra de vestingwerken zijn verdwenen krijgen de inwoners van Vlissingen de kans om de buitengebieden te gaan ontwikkelen. Zeker door de aanleg van het kanaal door Walcheren ontstaan er veel mogelijkheden tot economische groei. Langs het kanaal bestaat de mogelijkheid tot de bouw van laad- en losplaatsen.

“ dan zullen de practische kennis en de vaardigheid der Vlissingers boven anderen, in al wat op scheepvaart betrekking heeft, menige vrucht plukken van de uitgebreide vaart, die langs het kanaal en bij het station van den spoorweg zal plaats hebben. “ deel afkomstig uit het Vlissings Weekblad 12-1-1867

De komst van de spoorlijn Bergen op Zoom – Vlissingen geeft samen met de aanleg van het kanaal door Walcheren de stad de positieve opleving die het hard kan gebruiken. Zo blijkt maar weer welke remming vestingwerken hebben op de ontwikkeling van een stad. Want zonder het beschikbaar komen van de vestinggronden had het kanaal door Walcheren nooit aansluiting gekregen op de stad.

GAV Toegang: 414 Historisch topografische atlas Nummer:1304 Plattegrond der stad Vlissingen Datering: 1875

De ontmanteling van de vesting begint in 1869. Maar het zal zeker tot begin 20e eeuw duren voordat alle vestingwerken ook echt zijn verdwenen.

Wat overblijft van het verleden

Glacisstraat en Duinpoortweg zijn enkele namen die nog herinneren aan de vestingtijd. Het mooie van de ligging van deze straten is de overeenkomst met vroeger. Het glacis liep waar nu de Glacisstraat is en de Duinpoortweg ligt op de plek waar ooit de Duinpoort stond. Hetzelfde is van toepassing op de Singel; hier liep tot ver in de 19e eeuw de voorgracht.

Op de boulevard zijn ook nog herkenningspunten zichtbaar. Te beginnen bovenaan de Coosje Buskenstraat. Hier is nog een heel klein deel te zien van de Westbeer met monnik. Dan volgt het verloop van de boulevard tot aan Michiel de Ruyter het verloop van het oude zeefront met daarop gelegen een aantal bastions. Deze zijn nog steeds te herkenen. Verder oostelijk, met daarop de Oranjemolen, is het laatste bestaande bastion van het zeefront te zien.

De in 2016 restaureerde Oostbeer gelegen aan de Commandoweg is het laatst zichtbare en tastbare deel van de vesting.

4 Reacties

Geef een reactie