Een jongetje met een helm op, 1944

cees van der burght 2De oude blikfabriek die enigszins verscholen lag in een laag uitgegraven gebied, omgeving de hoge aarden wallen en roestig vervallen hekwerk, werd grotendeels door verwilderdstruikgewas ingekapseld.

Het gehele complex was als fabriek reeds lange tijd buiten gebruik.
De toegangsdeur stond half open en werd door tocht wat heen en weer bewogen.

Eenmaal binnen geslopen zag ik in de schaars verlichte fabriekshal, rekken gevuld met helmen afkomstig van het voormalige Nederlandse leger, in keurige orde en regelmaat gestapeld op de planken staan, in een sinistere sfeer, ontstaan door het schaars invallende daglicht. De slaande deuren en de grote druppels lekwater, die onregelmatig op de betonnen vloer neerpetsten en reeds behoorlijke plassen water hadden gevormd, die spookachtig het licht reflecteren.

Ik wist mijn angsten te overwinnen en dacht;”in een rek zo vol met helmen mist men vijf, zes helmen niet.
Ik heb er één van “gevangen” en lange tijd gedurende de oorlog gedragen naar school, op zwerftochten en tijdens luchtaanvallen.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Afbeelding afkomstig uit het Gemeentearchief Vlissingen

 

 

NSB, 1940

Cees van der BurghtDe Nationaal-Socialistische beweging komt steeds meer in beeld. De padvinderij wordt verboden. Uniformen, vlaggen, vaandels en muziekinstrumenten moeten worden ingeleverd, om vervolgens te worden verbrand. Gedurende een korte periode tijdens de oorlog en als het schoolgebouw niet in gebruik was genomen door het leger genoten onder andere NSB-kinderen onderwijs.

In hun kleurrijke uniformen met dito hoofddeksel vormden zij een opvallende groep op school. De jongens onder hen droegen tevens een prachtige dolk, bevestigd aan een glimmend zwart lederen koppelriem, voorzien van een gesp met embleem en een dito schouderriem.

De meisjes hadden een zwart leren riem met bergtas en een zogenaamde padvinder fluit. De vaders van deze kinderen waren gekleed in zwarte uniformen, voorzien van diverse geheimzinnige uitmonsteringen.
Het embleem stelden een zogenaamde wolfsangel voor.

In die tijd waren rijbroek en rijlaarzen erg in zwang, zelfs bij het politiekorps.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Afbeelding afkomstig uit het Gemeentearchief Vlissingen

Bunkerbouw, Vlissingen 1941

Tot-ventjes_bronvermelding
Onmiddellijk na de Duitse intocht in 1940 werd met de bouw van bunkers en gevechtsstellingen begonnen. Aanvankelijk door personeel van de arbeidsdienst, gelegerd in het huidige van Doesburg-centrum.
Deze groep van mensen was opvallend jong en vitaal. Gekleed in bruine uniformen met een spade over de schouder marcheerden zijn, prachtig zingend, naar- en van hun dagelijks werk.
Daarna werd het van Doesburg-centrum bevolkt door leden van de organisatie Todt. Ik schat hun gemiddelde leeftijd op 45 jaar. 
Zij droegen ( wat mijn later ter ore kwam) Franse buitgemaakte legeruniformen met dito uitrustingsstukken.
Het waren leidinggevenden uit de bouwsector, bouwkundigen, aannemers en uitvoerders.
Bij de bunkerbouw, etc. gaven zij leiding aan diverse groepen, gerekruteerd uit de civiele sector, zoals ijzervlechters, beton timmerlieden, metselaars en opperlieden. De Todt-leidinggevenden stelde hoge eisen qua vakmanschap en kwaliteit van het product. Regelmatig werden bijvoorbeeld betonmonsters getest.

In het jongens-jargon werd deze categorie aangeduid met “tot-ventjes”.

Nederlandse soldaten 1940

Nederlandse militairen voor en tijdens de Mei-dagen van 1940.
Na de capitulatie op 17 mei 1940 zijn deze uniformen, wapens en uitrustingstukken voorgoed verdwenen.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Afbeelding afkomstig uit het Gemeentearchief Vlissingen

Koffiehuis " De laatste snik ", 14 mei 1940

wachtpost bij De Laatste Snik behorende bij 8

Vlissingen, 14 mei 1940

Cafe “ De laatste snik “, bij grenspaal Vlissingen-Koudekerke aan de Gerbrandystraat was door Nederlande militairen ingericht als grenswachtpost, ongeveer 200 meter verwijderd van ons vluchtadres, door mij reeds eerder opgemerkt tijdens onze vlucht van 12 mei 1940.
Het weer was bijzonder mooi tijdens die meidagen. Zoals gewoonlijk ging ik weer naar de soldaten kijken, onbekend met het feit, dat elders in het land met het Nederlandse leger slecht ging en zeker niet kon vermoeden, dat op 17 mei 1940 rond 21.00 uur Duitse soldaten dit punt per fiets zouden passeren.
Wat echter wel in m’n kinderbrein bewust werd was het feit, dat de soldaten zich anders gedroegen dan voorheen. 
Op dat moment begreep ik er niets van en enigszins teleurgesteld ben ik terug gegaan naar m’n vluchtadres, waar m’n moeder boterhammen met appelstroop uitdeelde, wat in die meidagen van 1940 zeer vaak als broodbeleg diende.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Bron : Gemeentearchief Vlissingen

Koffiehuis " De laatste snik " , 18 mei 1940

De amateur-marodeur (‘stroper’) bracht weer eens een bezoek aan koffiehuis ” De laatste snik”.

De deur van de gelagkamer stond uitnodigend open, eenmaal binnen in de halfdonkere ruimte ( bij het invallen van de duisternis was iedereen verplicht om de ramen te blinderen, verduisteren genoemd) ontdekte ik in de chaos achtergelaten wapens, uitrustingsstukken, landkaarten, deken etc. van het Nederlandse leger.

Wat een, in mijn ogen kostbaar materiaal, zomaar en in grote hoeveelheden achtergelaten, alles zo goed als nieuw.

Ik had al een paar dagen voordien een geweergrendel gevonden in de droge sloot voor mijn evacuatie-adres. ” Wat een geheimzinnig en volmaakt voorwerp”, dacht ik. Hoe kun je dat nu zomaar verliezen.

Binnen met alle evacuées rond de keukentafel aan de koffie, liet ik mijn grote schat zien.
Iedereen keek er sprakeloos naar, totdat ene mijnheer van Uchten de stilte verbrak en riep : ” Vijfde colonne, actie of desertie”.

Tijdens de meidagen deden allerlei spook- en indianenverhalen de ronde, zoals parachutisten, die in nonnen-habijt neerdaalden en eenmaal geland onder hun rokken een vuurwapen te voorschijn haalden, kinderhinkelbanen of richtingspijlen door kinderen met krijt op het plaveisel of op muren van gebouwen waren geschreven, zouden als doel hebben het Duitse leger van geheime informatie te voorzien.

Een man, die in het nachtelijke duister op straat een sigaret opstak, zou vanuit een overvliegend vijandelijk vliegtuig door het hoofd zijn geschoten.

Spannende verhalen allemaal, ik kreeg er honger van! En brood met appelstroop smaakte bijzonder. Op latere leeftijd zou blijken, dat smaak en geur trigger-mechanisme zijn, waarbij oude herinneringen weer boven komen. Voor mij geldt : in de maand mei hoort een boterham met appelstroop erbij!

tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
bron : Gemeentearchief Vlissingen

Voorlichting luchtbescherming Vlissingen


Luchtbescherming voorlichting

Voorlichting Luchtbescherming Vlissingen

Moeder kwam thuis na een voorlichtingsavond en vertelde demonstratief:

  • Neem een lucifer tussen duim en wijsvinger. Probeer deze stuk te knijpen – dat lukt je niet.Hoe sterk moet een tafelpoot dan wel niet zijn!
  • Kruip bij een luchtaanval onder de tafel, hang er dekens voor, leg er matrassen en kussens bovenop en je bent veilig, volgens de instructeur van de luchtbescherming.
  • Een andere mogelijkheid bij een luchtaanval is: zet een vergiet, pan of emmer op je hoofd en ga onder de trap staan. En aldus geschiede!

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Bron : Gemeentearchief Vlissingen

Nederlandse soldaten in de duinen

Nederlandse soldaten in de Duinen

Nederlandse soldaten, op een vrije middag in de duinen bij Vlissingen.
Op de voorgrond een trommel met snoepgoed van de “ Pinda-Chinees “.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam -
Bron : Gemeentearchief Vlissingen

Franse jachtkruiser

Jachtvliegtuig 11 mei 1940

Verkuijl Quakkelaarstraat 67, thans 167 op 11 mei 1940 werd een Franse jachtkruiser type Potez 63 tijdens een luchtgevecht neergeschoten.
George Samédy en Eugène Maresquir van de Franse Marineluchtvaartdienst komen hierbij om het leven.
Ons huis stond op ongeveer 250 meter afstand van het ongeluk. Tijdens het luchtalarm, waarbij hevig werd geschoten, hoorden wij boven al het lawaai uit, zeer dichtbij motorgeronk, gevolgd door een inslag-schokgolf.
Het luchtgevecht verstomde. Het signaal “ Veilig “ werd gegeven door middel van sirenes.
Toen ik daarna buiten kwam, zag ik, op enige afstand in onze straat een vliegtuig, brandend, dwars in de straat staan, met zijn neus door de voorgevel van een huis, dat eveneens in brand stond.
Bij benadering van de plaats des onheils begon de hitte de mitrailleur munitie te exploderen, waardoor ik op grotere afstand het gebeuren moest waarnemen.
Op een later tijdstip, nadat het vliegtuigwrak gedeeltelijk was opgeruimd door de brandweer had men op een van de achtergebleven wrakdelen met krijt geschreven ; “ Gevaarlijk-Lijkengif” !

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Bron : Gemeentearchief Vlissingen

Gedurende de oorlogsjaren

Cees van der BurghtTe weten diverse typen laarzen met zool- en hakbeslag, hoge schoenen, de zogenaamde kistjes met extra canvas. Enkel stukken, in de latere jaren van de Tweede Wereldoorlog in toenemende mate gedragen. Helm- en muts emblemen van de SS en landmacht onderdelen. Marine- Landmacht en Luchtmacht mutsen en petten. Kwartier muts met klep, in toenemende mate gedragen in de latere jaren van de Tweede Wereldoorlog.

 

 

 

 

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Afbeelding afkomstig uit het Gemeentearchief Vlissingen

Een Franse legereenheid op de terugtocht, 17 mei 1940

Tot-ventjes_bronvermelding
Onmiddellijk na de Duitse intocht in 1940 werd met de bouw van bunkers en gevechtsstellingen begonnen. Aanvankelijk door personeel van de arbeidsdienst, gelegerd in het huidige van Doesburg-centrum.
Deze groep van mensen was opvallend jong en vitaal. Gekleed in bruine uniformen met een spade over de schouder marcheerden zijn, prachtig zingend, naar- en van hun dagelijks werk.
Daarna werd het van Doesburg-centrum bevolkt door leden van de organisatie Todt. Ik schat hun gemiddelde leeftijd op 45 jaar. 
Zij droegen ( wat mijn later ter ore kwam) Franse buitgemaakte legeruniformen met dito uitrustingsstukken.
Het waren leidinggevenden uit de bouwsector, bouwkundigen, aannemers en uitvoerders.
Bij de bunkerbouw, etc. gaven zij leiding aan diverse groepen, gerekruteerd uit de civiele sector, zoals ijzervlechters, beton timmerlieden, metselaars en opperlieden. De Todt-leidinggevenden stelde hoge eisen qua vakmanschap en kwaliteit van het product. Regelmatig werden bijvoorbeeld betonmonsters getest.

In het jongens-jargon werd deze categorie aangeduid met “tot-ventjes”.

Een bijzondere ontmoeting

Een bijzondere ontmoetingVlissingen 1941,
Een bijzondere ontmoeting in de omgeving van het vliegveld. Op een middag kwam ik haar tegen, en wat zag ze er prachtig uit in haar volmaakt passend uniform, blonde haren en verschillende militaire emblemen, voorzien van het hakenkruis. Glimlachend liep ze mij voorbij. Stomverbaasd en met bewondering bleef ik haar nastaren en dacht : “wat een prachtige soldaat en wat een mooi passend uniform”.
Later zag je steeds meer geüniformeerde dames, die zich uiteraard eleganter bewogen dan hun mannelijke collegae.

Mijn tante, die pensionhoudster was in de Badhuisstraat, tegenover de Havencommandant, verhuurde kamers aan deze dames.

Als ik bij haar op bezoek was zag ik zich weleens. Soms waren ze overhaast vertrokken met achterlating van enkele bezittingen, waaronder een koffergrammofoon met enige platen, die vervolgens door mijn tante aan mij werden geschonken.

Zij lieten zich overigens zeer positief uit over haar vrouwelijke pensiongasten, en hoe kan het ook anders, ik natuurlijk ook!

tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Op weg met helm en schooltas

Op weg met helm en schooltas” Op weg met helm en schooltas langs de gebombardeerde woningen naar een of andere lokatie om sporadisch onderwijs te ontvangen, waarin ik helemaal geen zin meer had”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Bron : Gemeentearchief Vlissingen

Franse tank, 15 mei 1940


Franse militairen en Tank

Nogmaals een ontmoeting met Franse militairen, wederom in de omgeving van “Der Boede” en tevens voor het eerst in m’n leven met een tank, vermoedelijk een verkenningstank. 
Wat opviel was het ontbreken van een geschutstoren, een zeer laag silhouet en twee naast elkaar geplaatste stalen halve bollen, voorzien van spleetvormig kijkgaten.
Dit tanktype is door mij driemaal waargenomen : 15 mei 1940, juni 1940, naast het fietspad onderaan de duinen bij de Vijgheter en december 1944 op het terrein van het toenmalig dierenasiel, in de directe omgeving van de zogenaamde landingshaven.

 

 

 

 

 

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Afbeelding afkomstig uit het Gemeentearchief Vlissingen

Massale uittocht zondag 12 mei 1940

Massale uittocht 12 mei 1940Op last van de autoriteiten moest de Vlissingse bevolking de stad verlaten.Een massale uittocht volgde.De vluchtweg liep hoofdzakelijk over de Koudekerkseweg, de route langs het vliegveld was te gevaarlijk in verband met regelmatige aanvallen van de Duitse luchtmacht.
Ons gezin bestond uit vijf personen. We vonden onderdak bij mijn vader’s tante in de huidige Gebrandystraat, te midden van het lentegroen buiten de stad en ver van het oorlogsgeweld.
Later voegde nog een tante en een gezin, bestaande uit drie personen zich bij ons.
We sliepen allen op de grond in een tussenkamer. Mijn moeder regelde overdag het huishouden, vader moest in Vlissingen gewoon zijn werk blijven doen.
De scholen waren uiteraad gesloten; kinderen moesten zich maar op straat zien te vermaken, hetgeen mij persoonlijk zeer goed van pas kwam.

Vanaf dat moment en gedurende de gehele oorlog was ik regelmatig tussend de militairen te vinden en zodoende in staat om ongehinderd en schier onbeperkt impressies te absorberen.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Afbeelding afkomstig uit het Gemeentearchief Vlissingen

Schuilen onder de trap

Cees van der BurghtTijdens de vele bombardementen schuilden ons gezin onder de trap van de bovenburen, geleerd van de luchtbeschermingsvoorlichting. ‘s Nachts bij de geringste motorgeronk werd moeder wakker, wekte ons, en aangekleed en wel wachten wij gezamenlijk op het luchtalarm signaal. Mijn vader merkte nog op, dat moeder een auto gehoord zou kunnen hebben, waarop hij antwoord kwam: “een luchtauto bedoel je zeker”.

Dan loeiden de sirenes en kwamen de vliegtuigen, bleven enige tijd rond dreinen, waarbij Duits luchtdoelgeschut als zijnde dol geworden schoot. De flitsen van de exploderende luchtdoel granaten in het nachtelijk duister leverde spookachtige schaduwen op, mede veroorzaakt door de spijlen van het raam boven de voordeur.

Bij een groot bombardement en als de bommen dichtbij vielen schudde de woning, waardoor de deurbel zachtjes begon te rinkelen. De schokgolven, veroorzaakt door inslaande bommen trilden via de voetzolen in de benen tot hoog in de rug.

Na enige tijd verdwenen de vliegtuigen weer, het geschut verstomde, de nachtelijke stilte keerde weer, onderbroken door geluiden van brandweer- en ziekenauto’s.

Als gevolg van doorstane angsten en gebroken nachtrust kwam in mijn geval van slapen niets meer terecht en bestond er evenmin nog aandacht voor schoolonderwijs .

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Afbeelding afkomstig uit het Gemeentearchief Vlissingen

Duitse legeringsbarak

Maritiem Digitaal 2_bronvermelding

In de omgeving van het vliegveld stond een van de velen houten barakken, omgeven door een gemetselde muur, ongeveer 50 cm dik en ongeveer 2 m hoog ter behoeven van luchtmachtpersoneel.
Een aantal van deze barakken, waaronder ook diverse stenen gebouwen, dienden voor uiteenlopende functies, zoals bunkers, geschutsopstellingen, keuken, washuis, veldhospitaal, enzovoorts.
Het geheel vormende een aparte militaire leefgemeenschap aan de rand van Vlissingen en werd doorsneden door de Paul Krugerstraat. Civiel verkeer werd toegestaan.

Uit de kantine klonk marsmuziek en de donkere zangstem van Zara Leander, vermengd met de kook- en bakgeuren uit de keuken, zingende, marcherende jonge gemotiveerde soldaten gaven een vertekend beeld van oorlog.
De verschrikkingen, die plaatsvonden op het vliegveld en het havencomplex tijdens luchtaanvallen of elders op militaire of civiele doelen waren voor mij in de beginfase nog vrij onbekend.

Dat veranderde in een snel tempo naarmate de oorlog voortduurde.

tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
bron : Maritiem Digitaal

20 mm luchtdoelgeschut op de brandweertoren

Vrij snel, nadat Vlissingen door het Duitse leger was ingenomen, werd met het bouwen van militaire versterkingen begonnen, aanvankelijk vooral door luchtdoelgeschut in en rondom de stad.

Veelvuldig werd gebruik gemaakt van reeds bestaande hoge gebouwen, waarvan het dak in staat was om het gewicht van het geschut met toebehoren te kunnen dragen, o.a. de brandweertoren.

Vanuit de tuin van ons huis op ongeveer 300 meter afstand was dit goed waarneembaar en vooral tijdens acties goed hoorbaar. Het geluid plantte zich als het ware keffend en echoënd bij het zogenaamde snelvuur langs de huizenrijen voort, waarbij het zich mengde met exploderende luchtdoelgranaten en mondingsknallen van geschut elders opgesteld. We bevonden ons als het ware onder een koepel van gierend en exploderend staal.

Bij aanvallen ‘s nachts werden door de verdedigers van de stad zoeklichten gebruikt. Met de lichtflitsen van de exploderende munitie kreeg de gehele scene een pandemonisch  karakter.

Naar mate de oorlog langer voortduurde namen de nachtelijke aanvallen af en overdag in aantal en hevigheid toe.

 

 

 

tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Vlissingen september 1944

Vlissingen, september 1944Afscheid van Duitse militairen, genaamd Heinz en Hans, gehuisvest in het kerkgebouw en consistorie in de Lannoystraat 2 .

Het werd weer eens te gevaarlijk in Vlissingen en door instanties werd aangeraden de stad te verlaten. M’n ouders besloten om naar Aagtekerke naar oude bekenden van ons te gaan.
Voordat we vertrokken wilde ik van m’n Duitse vrienden afscheid nemen.
Het bovengenoemde adres, waar wij gehuisvest waren, was gevorderd door de wehrmacht en diende als magazijn voor levensmiddelen, drank, sigaretten, etc. ter behoeven van de marine luchtdoel- en kustartillerie.
Tijdens het afscheid kwam een V1-vliegende bom laag boven het fabriekscomplex van de Schelde overvliegen in zuidoostelijke richting.
Hans vertelde mij :” Dat is ons nieuwe wapen”.
Ik antwoorde hem met de opmerking, dat het er niet zo rooskleurig uitzag voor het Duitse leger, niet wetende dat de geallieerde legers al ongeveer in Antwerpen waren. 
Hans keek mij enigszins verdrietig en nadenkend aan, en zei :” hopelijk komen wij er beide goed doorheen”. Hij wenkte mij even te wachten, draaide zich om, en haalde voor mij uit de consistorie twee ovale blikken gevuld met ham. 
We schudden elkaar de hand terwijl ik hem bedankte voor dit welkome geschenk, de vriendschap en de vele goede gaven uit het verleden.
Nu nog heb ik spijt , dat ik op dat moment niet naar z’n huisadres heb gevraagd om later contact op te kunnen nemen.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Bron : Gemeentearchief Vlissingen

Duitsland wint voor Europa op alle fronten

Cees van der BurghtGedurende nagenoeg de gehele oorlog waren Duitse legeronderdelen gehuisvest in de stad, zoals op administratieve diensten, schoenmakerswerkplaatsen, militaire geneeskundige dienst, school voor vliegtuigherkenning, enzovoorts.
Diverse gebouwen waren van aanwijs- en onderdeelsemblemen op borden voorzien.
Singel 178-180 was de ziekenboeg of te wel militair geneeskundige dienst van de afdeling “ Holzschuh-Flak”.

Andere huizen werden voorzien op de gevel van een in witte verf geschilderd V-teken omkranst door eikenloof.

Op enig moment werden er zelfs grote spandoeken opgehangen in de Paul Krugerstraat, voorzien van het opschrift: “V voor victorie, Duitsland wint voor Europa op alle fronten”.

Als een gevolg van een stormachtige westenwind en bevestiging van het spandoek aan de schoorstenen van gebouwen aan weerskanten, werden deze met spandoeken en al door de wind van de gebouwen afgerukt.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Afbeelding afkomstig uit het Gemeentearchief Vlissingen

Vliegbewegingen boven Walcheren

Cees van der BurghtHet aantal vliegbewegingen boven Walcheren van geallieerde vliegtuigen nam drastisch toe gedurende 1943.
In formaties van honderdtallen kwamen zij hoog overgevlogen in oostelijke, op de terugtocht in westelijke richting, waarbij de vensterruiten van woonhuizen en gebouwen mee trilden vanwege het massale vliegtuigmotor-gedaver.

Vaak werden er dan door het Duitse luchtdoelgeschut vliegtuigen aan-of neergeschoten.
Tijdens het schieten zag ik vanuit een droge sloot, waarin ik dekking had gezocht, dat het staartgedeelte van één van de vliegtuigen werd afgeschoten.
Het toestel vloog ogenschijnlijk ongehinderd verder tot ik het uit het oog verloor.
De staart kwam buitelend naar beneden en plofte ongeveer 3 kilometer verderop in een weiland neer. Na enige tijd lopen en zoeken kwam het staartgedeelte in zicht, omgeven door Duitse militairen, waardoor ik niet dichterbij kon komen.
De volgende dag ben ik teruggegaan om de zaak rustig te kunnen bekijken.
Er hing een merkwaardige geur in en rond het wrak; als uit een andere onbekende wereld.
Tussen de gedeeltelijk verbogen en afgescheurde huidplaten van het rompgedeelte was een wirwar van dunne staalkabels, kunststofkatrollen, verbogen aluminium pijpleidingen, waar de olie nog uitdrupte, opschriften met namen en nummers in een voor mij onbekende taal geschreven.

De vliegtuigbewapening was klaarblijkelijk al door Duitse militairen verwijderd. Ik heb nog een katrolletje weten los te wrikken, dat al gedeeltelijk was losgescheurd en meegenomen (gevangen, dus).
Een ander voor ons nog onbegrijpelijke verschijnsel was de dunne lange stroken zilverpapier die in verschillende breedten, massaal en regelmatig door vliegtuigen werden afgeworpen.
Pas na de oorlog werd dit bekend, dat dit tot doel had, de Duitse radar te storen en te misleiden.
Het hoofdkwartier en de meldcentrale bevonden zich in de duinen bij Vlissingen, waar de meetgegevens van radarposten op Walcheren omtrent naderende vijandelijke vliegtuigen werden gemeld, onder andere aan de vliegbasis Volkel, waar Duitse nachtjagers waren gestationeerd om geallieerde vliegtuigen, richting Duitsland, te kunnen bestrijden.

Bombardement op Westkapelle

Cees van der Burght 1_bronvermelding
Plotseling waren ze er weer. Laag overvliegen uit westelijke richting, nadat ik dekking had gezocht in een droge sloot, even buiten het dorp(het was een moment van ieder voor zich) zag ik, dat Westkapelle werd aangevallen. Uit een zwerm Lancaster bommenwerpers kon ik duidelijk de bommen zien vallen. Clusters, die bestonden uit één grote en een aantal kleinere exemplaren. De lucht daverende van de zware vliegtuigmotoren, omdat de vliegtuigen zwenkten boven ons dorp, nadat zij hun dodelijke lading hadden afgeworpen, kon ik de boordschutters duidelijk in hun geschutskoepels van plexiglas achter hun kanonnen zien zitten. Vanuit mijn schuilplaats waagde ik het naar hun te zwaaien, terwijl ze verdwenen in noordwestelijke richting… Daarna doodse stilte.
Weldra arriveerde de vluchtelingenstroom vanuit het verwoeste Westkapelle in ons dorp. Daardoor kregen mijn pleegouders nog meer vluchtelingen in huis. De zolder werd als slaapzaal ingericht. Gespannen werd afgewacht hoe de oorlog zou gaan verlopen.
Ondertussen vertelde de Westkappelaars een schokkende verhaal. De dijk en het dorp was van de aardbodem weggevaagd met veel slachtoffers onder de bevolking.
Hetbinnenstromende zeewater steeg gestaag. Het eiland veranderde in een groot meer en water,wind, getijdestromingen en de golfslag begonnen vervolgens hun verwoestende werk.

tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
bron : Cees van der Burght

V2 raket - Aagtekerke sept. '44

Cees van der Burght 2_bronvermeldingDe kustartillerie kwam in actie op het eiland Walcheren. We hoorden schoten op verschillende afstanden bij ons vandaan.
Het dichtste bij waren de vier kanonnen bij de zogenaamde Hoge Hill in Domburg.
We zagen de mondingsvlam en hoorden vervolgens de knal.

Er werd gedurende enige dagen geschoten in zuidwestelijke richting. Daarna heb ik gezien hoe deze kanonnen werden gebombardeerd, waarbij onder anderen bommen werden gebruikt met vertraagde ontstekers, zogenaamde tijdbommen.
Vanuit Aagtekerke was dit zeer goed waarneembaar. Overal op Walcheren werden de militaire doelen door vliegtuigen aangevallen. Op de door vliegtuigen uitgestrooide pamfletten stond te lezen; dat de bewoners werd aangeraden kustdorpen te verlaten.

Ondanks het ontbreken van informatie voelde men, dat er toestandsveranderingen zouden gaan plaatsvinden, zoals het bombarderen van de Duitse stellingen langs de kustlijn van Walcheren, vanuit Aagtekerke goed waarneembaar.
Vage geruchten deden de ronden, nerveus gedrag van militairen, enzovoorts. Op een gegeven moment, te midden van een aantal dorpsbewoners zagen we in noordoostelijke richting een felle lichtkegel omhoog stijgen en hoorden op het zelfde moment een scheurend geluid (vergelijkbaar met geluid uit het latere straaljagertijdperk).
De lichtkegel bewoog zich steeds sneller en hoger, een witte condensstreep achterlatend.

We stonden sprakeloos en verbijsterd naar het gebeuren te staren terwijl het onbekende fenomeen uit het zicht verdween. Gedurende deze momenten dacht ik;” dit is iets zeer extreem’s, waartegen geen verweer mogelijk is.”
Dit vreemde, nooit eerder gehoorde geluid, de fel-witte steekvlam, maakte op mij een onvergetelijke indruk. Niemand onder ons dacht aan een raket lancering. Niet begrijpend, hoofdschuddend en nog vol verbazing ging daarna ieder zijns weegs.

tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Motorfiets-Vlet - Aagtekerke okt. '44

Maritiem Digitaal 1_bronvermelding

Als gevolg van de inundatie waren de Duitse legereenheden naar de hoger gelegen delen van het eiland vertrokken.
Om de een of andere reden bezochten twee Duitse militairen in een zelf gebouwde motorfiets-vlet ons dorp.
Aangeland naast het gemeentehuis in de kern van het dorp, de enige plek, die niet onder water stond. Ze stapte uit, trokken het vaartuig op het droge en verdwenen door de zijdeur van het genoemde gebouw.

Een van hen plaatste zijn kwartiermuts op één der pilaren van het toegangshek. De muts is daar na hun vertrek achtergelaten.

De vreemdsoortige gemotoriseerde vlet had in het midden een motorfiets, waarvan de wielen waren gedemonteerd en de aandrijfketting in een omkasting was verbonden met een as, waarvan de uiteinden waren voorzien van een schoepenrad.

De roerbewegingen werden gedirigeerd door middel van staalkabels, die waren verbonden met de voorvork van de motorfiets.

Na enige tijd in het gemeentehuis te zijn geweest vertrokken ze weer als laatste Duitse militairen in de Tweede Wereldoorlog geschiedenis van Aagtekerke.

tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
bron : Maritiem Digitaal

Landing Westkapelle 1 nov. '44

Westkapelle_bronvermeldingLeven in een dorp, geheel omgeven door water, waarvan alleen de dorpskern droog staat, waar de slager ter plekke in de openlucht het vee slacht en de bewoners van alle voorzieningen zijn verstoken, zoals gas, water, elektriciteit, brandstof en voedingsmiddelen, werden leefomstandigheden bijzonder moeilijk.

Met het nodige aanpassingsvermogen en inventiviteit wisten de mensen zich staande te houden, zonder klagen of verwijten.

Het kustgebied rondom werd voortdurend door vliegtuigen aangevallen, waarbij onder andere ook tijdbommen zoals later bleek werden gebruikt.

Op 1 november rond 9.00 uur ‘s morgens, het was een grijze troosteloze dag, hoorde en zag ik op en rond Westkapelle in de duinen zware granaat inslagen.

Puin en modder spoten omhoog. Echter nog niet beseffend wat er nu precies gebeurde. Na enige tijd werd het mij duidelijk; De landing was een feit.
Rondom het middaguur kon ik duidelijk het geratel van rupskettingen en tankmotoren horen van tanks die onderweg waren naar Domburg.
Granaten gieren gorgelend over ons dorp, richting kustlijn, waar de gevechten plaatsvonden. Dat ging zo de gehele nacht door en zwakte af naarmate de dag daarop voortduurde.

Van de aanvallers was geen spoor te bekennen. Ons dorp, aan de zijlijn van het strijdtoneel, bleef ongemoeid en ongedeerd, Met uitzondering van de wateroverlast en de schade die daardoor is ontstaan.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Kanotocht naar Domburg 3 november 1944

Kanotocht_bronvermeldingIn een geleende kano peddelden mijn vriend Ko en ik naar Domburg om de geplande militaire te begroeten.
In de omgeving van Domburg gekomen hoorde duidelijk geweerschoten en mitrailleurgeratel, onderbroken door granaatexplosies, afkomstig van gevechten in de buurt van kasteel Westhoven.
Regelmatig vielen hierbij granaten, buiten het bosgebied, in het water, waardoor hoge water- en modderfonteinen opgesloten.

Bij de korenmolen “Wel tevreden”, die op een heuvel aan de Roosjesweg in Domburg was gebouwd, meerden we af.

Verder in Domburg zagen we de sporen van het artilleriebombardement en gevechtshandelingen. Vreemd uit zien de soldaten droegen groene, ronde hoofddeksels (baretten), bruin -groene uniformen met daar overheen camouflage jacks en uitrusting in dito kleur.

Zij liepen in ganzenpas langs de huizen aan weerszijden van de straat naar het front. Aan de hoofdstraat was een veldhospitaal ingericht;” dressing station” stond boven de ingang op een wit bord geschilderd.

Verderop stonden links en rechts van de straat hoge tanks tussen de huizen opgesteld, hun radio’s luid aan, de morse signalen duidelijk hoorbaar.
Het wemelde hier van de militairen, die er zo anders uitzagen dan die we gewend waren te zien de voorbije jaren.
Aan de westrand van Domburg lagen in een wei een aantal kadavers van paarden met opgezwollen lichamen, omgeven door grote bom oftewel granaat rechters…

Op de boulevard aangekomen bij Villa Silva zagen we nog meer verwoestingen. Het gebied rond de zogenaamde Hoge Hill was eveneens bezaaid met bomkraters en restanten van de kapot geschoten stellingen, vooral rond de geschutsopstellingen, welke enige tijd geleden nog in actie hadden gezien vanuit onze veilige positie in Aagtekerke.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Per roeiboot terug naar Vlissingen

Cees van der Burght 3_bronvermeldingWalcheren was bevrijd en het oorlogsgeweld verstomd. Het moment dat we naar huis konden gaan was aangebroken.
Particulieren organiseerden bootverbindingen naar de omliggende droog gebleven gebieden, dorpen en steden.
In ons geval bestond de mogelijkheid om per roeiboot via Middelburg naar Vlissingen te gaan.
Onze stuurman, tevens eigenaar van de roeiboot gebruikte deze ook om landbouwproducten te transporteren. De passagiers/ roeiers stapten met hun bagage in de gedateerde, niet helemaal waterdichte boot.
We staken van val en buiten het dorp gekomen merkten we tamelijk veel golfslag. Walcheren was binnen zee geworden.
De amateur roeiers deden hun werk naar behoren. We vorderden gestaag.
In de omgeving van Poppendamme stootte de boot op een object onder het grauwe wateroppervlak…
We kwamen vast te zitten, wat angstige gezichten opleverde, maar iedereen bleef kalm.
In de nabijheid stond een boerderij op hoger gelegen grond, waardoor hij droog was gebleven. Ik dacht:” daar kunnen we naar toe zwemmen als het hier misgaat” Mij niet in realiserend, dat de watertemperatuur laag was en verblijf daarin slechts van korte duur kon zijn.
Na wat wrikken en roeibewegingen in tegengestelde richting geraakte het vaartuig weer vlot.
Terwijl we onze tocht voorzetten mompelde de stuurman enige krachttermen in Zeeuws dialect, vanwege het hachelijke moment, de overige inzittende zwegen.
We naderden in Middelburg, waarvan het stadsdeel binnen de vestingwallen ook droog stond.
Het werd de hoogste tijd, dat we konden uitstappen, want ondanks het regelmatige hozen was het lekwater in de boot dermate hoog gestegen, dat moeder natte voeten had gekregen.
In de buurt van het bolwerk konden we aanleggen, vader rekende af met de stuurman, wisselden van gedachten met hem omtrent het voorval.
We stapten uit en vervolgden onze tocht door het overbevolkte Middelburg naar de aanlegsteiger in het kanaal door Walcheren, waarna we met een sleepboot naar Vlissingen werden gebracht.
Onderweg naar ons woonhuis zagen we de enorme schade, die door het oorlogsgeweld was aangericht. Bij ons thuis viel het nog mee, behalve de waterschade en het ontbreken van alle ruiten.
Gelukkig waren alle vensters door zware luiken afgesloten, dat was gedurende de oorlog het geval bij het overgrote deel van de woningen in Vlissingen.
Zonder drinkwater, brandstof, gas en elektriciteit beleefden wij de decemberdagen van 1944.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Vlissingen december 1944

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet ouderlijk huis in de Verkuyl Quakkelaarstraat.
Ondanks een nooddijk die was aangelegd tussen de Keersluis en de watertoren kwam tijdens springtij toch water bij ons binnen, voor een niet onbelangrijk deel door rioleringssysteem, hetgeen de zuiverheid van het water bepaald niet de goede kwam.
De kachel waarvoor ik inmiddels brandstof bijeen had gesprokkeld, was op een verhoging van bakstenen geplaatst en zodoende tegen water beschermd.
Water in huis duurde enkele uren. Die tijd moest worden doorgebracht op bed, stoel of tafel.
Zodra het water weer weg was kwam er voor moeder veel extra werk: ongeveer 40 emmers modderwater van de vloeren scheppen, vervolgens met schaarse schoonmaakmiddelen schrobben en droog dweilen.
Op een nacht kwam het water zelfs zo hoog in huis, dat de met kapok gevulde matrassen nat werden. Wakker geworden stak ik vervolgens mijn hand buiten het bed. Die plonste in het water.
Op het zelfde moment vroeg moeder vanuit haar bed of het water ook al bij ons was.
Met een bevestigend antwoord besefte mijn ouders dat zij iets moesten gaan ondernemen.
Vader was al aangekleed en droeg ons één voor één op zijn rug het huis uit naar de bovenburen, nadat hij eerst door op de deur te bonken, aan te bellen en te roepen de bovenburen had gewekt. “help ons, we verzuipend hier als ratten”, riep hij. De deur werd geopend en we werden gastvrij ontvangen. Overdag speelden zich Venetiaanse taferelen af. Hulpverleners in motorsloepen voeren door de straat. Nadat het water weer was gezakt begon de schoonmaak weer van voren af aan. Ondanks veel improvisatie bleven onze matrassen vochtig en moesten we noodgedwongen gebruik van blijven maken.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
Afbeelding afkomstig uit het gemeentearchief Vlissingen

Vlissingen gedurende de oorlogsjaren

Cees van der BurghtTe weten diverse typen laarzen met zool- en hakbeslag, hoge schoenen, de zogenaamde kistjes met extra canvas enkelstukken, in de latere jaren van de Tweede Wereldoorlog in toenemende mate gedragen. Helm- en muts emblemen van de SS en landmacht onderdelen. marine landmacht luchtmacht mensen buiten. kwartier muts met klep, in toenemende mate gedragen in de latere jaren van de tweede wereldoorlog.

Als gevolg van leert schaatste schoenonderdelen bij productie vervangen door hout, ge-impregneert papier en textiel. schaarste levendige overheid leverde grote problemen op voor de burgerbevolking in bezet nederland nieuwe fiets en autobanden werden gaandeweg naarmate de oorlog voort door de steeds moeilijker verkrijgbaar. houden en totaal versleten banden werden verwerkt tot schoon of zolen en hakken. ook dienden oude rubberslangen hetzelfde doel en vervingen zij zelfs op vrij grote schaal versleten fietsbanden.
tevens werd hout en zelfs kabeltouw voor de fietsband gebruikt.

Nooddijk 1944 Vlissingen

Nooddijk bloemenlaan 1944_bronvermeldingBuiten de nooddijk, die liep van de Keersluis tot de watertoren, bleef het woongebied constant onder water staan vanwege het niveauverschil. 
Er was regelmatig bootverkeer in dat lager gelegen gebied. Mensen, die er door de omstandigheden uit verdreven waren, haalden zo nu en dan hun achtergelaten eigendommen van de bovenverdieping of zolder van hun woning.
Het ondergelopen gebied aan het oostelijk gelegen deel van de Nooddijk lag vol met dobberend wrakhout, door westelijke winden aangevoerd afkomstig van de overstroomde gebieden van het eiland.

 

 

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Gereformeerde Kerk, blindganger -1944-

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe gereformeerde kerk, het R.H.B.S. gebouw en Maritiem Digitaal 3_bronvermeldingomgeving hadden het zwaar te voortduren gehad door de vele granaat treffers. Opvallend waren de vele zogenaamde blindgangers (granaten, die bij inslag niet zijn geëxplodeerd).
In de voorgevel van de kerk naast de toegangsdeur was zelfs een blindganger achterstevoren ingeslagen en tegen de spouwmuur tot stilstand gekomen.

 

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Mijnen ruimen 1945

aangespoeld materiaal en mijnen_bronvermeldingNadat de dijken waren hersteld en Walcheren er nu weer droog gemalen was bleef een desolate moddervlakte achter, zonder enige begroeiing, met verlaten en vaak gehavende boerderijen. 
In de ondiepe kreken, die waren ontstaan, wachten talloze schaaldieren een gewisse dood. 
In de diverse bunkers, in der haast verlaten, was veel oorlogsmateriaal achtergebleven, waar vooral jongens naar hartenlust mee speelden.

Vooral handgranaten waren favoriet, je kan er goed mee vissen. Dat ging als volgt: handgranaat in werking stellen, vervolgens in het water gooien, na enkele seconden volgde de explosie en de vissen kwamen spontaan bovendrijven.
Het is voor de hand liggend, dat er met deze achtergelaten explosieven veel persoonlijke ongelukken hebben plaatsgevonden. Landmijnen vormden een ander soort gevaar, onzichtbaar wachtend op de argeloze passant. ze lagen er diverse soorten, karakters en maten.
Mijnen, gemaakt van hout of glas waren niet of moeilijk te detecteren met elektronisch gereedschap. Ruimen moest kruipend door personeel van de Koninklijke Marine Opruimingsdienst worden uitgevoerd door middel van een stalen priem of bajonet als gereedschap, het te ruimen gebied methodisch af te testen. 
Mijn broer Henk fungeerden vrijwillig als 10-jarig “zeuntje” (koffiezetter) uiteraard op veilige afstand van het mijnen Opruiming-team.
In de omgeving van het Nolledijk gat lag een aanzienlijk aantal, door de getijdenstroming op het eiland blootgestelde houten mijnen. Enkele daarvan heb ik goed bestudeerd, zie illustratie

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Torpedo opslag in het Keizersbolwerk

Cees van der Burght
Het keizersbolwerk werd gedurende de Tweede Wereldoorlog door de Wehrmacht aangepast voor moderne oorlogvoering. Van de bestaande militair bedrijfsruimte, verbindingsgangen, enzovoorts werden onder andere uitkijkposten oftewel waarnemingsposten en mitrailleursnesten gemaakt. In één daarvan was het torpedomagazijn gevestigd te behoeven van de torpedolanceerbunker op het einde van het paalhoofd.
De torpedo’s lagen daar, bij schaarse verlichting, licht glanzend en goed ingevet, op speciale blokken gestapeld, te wachten op een dodelijke missie.
Transport van de torpedo’s vond plaats via over het paalhoofd gelegen smalspoor-rails, , met gebruikmaking van een speciaal geconstrueerde wagen, voorzien van een draaibaar zadel als ligplaats voor de torpedo.
Het geheel werd door mankracht voortbewogen van magazijn naar lanceerbunker. Deze werd door de Duitse militairen opgeblazen bij aanvang van de landing operatie der geallieerde troepen.

 

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Een Britse mobiele radarinstallatie

Maritiem Digitaal 4_bronvermelding
De burgerbevolking in het bevrijde gebied raakte al enigszins gewend aan de nieuwe situatie, na een tijd van voortdurende toestandsveranderingen, was betrekkelijk de rust weergekeerd.
Leefomstandigheden waren moeilijk. In alle opzichten heerste schaarste. Voorzieningen kwamen langzaam weer op gang. Zich vrij bewegen in een droogstaand stadsdeel, met name het kustgebied was nog vol gevaar vanwege het achtergelaten oorlogsmateriaal, waar jongens zich erg door aangetrokken voelde.

De boulevard en de directe omgeving was veranderd in een vesting door de Duitse militairen, de bevrijder maakte daar eveneens gebruik van en bouwde er hun stellingen, legerbarakken, enzovoorts.

Voor het Wooldhuis stond een militaire aanhangwagen. Aan de voorzijde was een soort van heen en weer bewegend roosterwerk gemonteerd. Dikke rubberen kabels, verbonden het apparaat met de aanhangwagen, rondom was prikkeldraad aangebracht en ernaast stond een schildwacht op post.

Na enig navragen kreeg ik te horen:”ze kunne ermee deur de mist kieke, en’s nachts ok nog!”.

Van mijn vader kreeg ik de juiste informatie. Hij vertelde, dat de installatie radar werd genoemd. Als ex-radio-telegrafist wist hij mij de werking en het principe duidelijk te maken.

Een aantal lichte- een zware kanonnen, verderweg opgesteld, stond in verbinding met deze installatie. Een der stukscommandanten, sergeant Charly Power werd onze huisvriend.
De zwaarste kanonnen waren van namen voorzien,welke op de schietbuizen geschilderd stonden, te weten: Blackjack, Blazing Beauty en Buster.

Tanks waren eveneens van naam en nummer voorzien. Soldaten hadden vaak namen en afbeeldingen van stripfiguren in vrolijk geschilderde tinten op de rugzijde van bruin leren uniform-vesten.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –

Tocht met een Buffalo amfibietank

18581_bronvermeldingOp een middag, medio december 1944 kwam onderaan de boulevard ter hoogte van het Wooldhuis aan de landzijde een Buffalo over het zandpad aangereden, nadat hij door het water het dijkgat was overgestoken (gevaren).

Het brullend monster stopte, de commandant vroeg of ik mee wilde. natuurlijk wel. Ik klom over de hoge rand van de diepe laadbak met behulp van klimbeugels, vatte post achter het motor/bestuurderscompartiment, en daar ging het, volle kracht vooruit. Waarheen wist ik niet, en het interesseerde mij ook niet.
De rit ging door de Zandweg – Badhuisstraat – Betje Wolffplein, Aagje Dekenstraat. De buffalo was een amfibietank, op dat moment niet geladen en deinde met daverende motoren en ratelende rupsbanden door de straten.
Ik voelde me als een veldheer, die een triomftocht maakt! Bij de Timmerfabriek van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” aangekomen minderde hij vaart en dook bijna stijl van het kanaal talud af, zo het kanaal in.
De bestuurder gaf weer gas en we gingen in een nieuwe gedaante, als raderboot verder, richting Middelburg.
Daar aangekomen bij de zogenaamde meelfabriek werden enkele pakketjes van eigenaar gewisseld. De bestuurder draaide het vaartuig en we gingen langs dezelfde weg terug naar Vlissingen.
Bij het Wooldhuis werd gestopt, ik steeg uit en bedankte de commandant voor de rit en de voor mij onvergetelijke middag.

Nog dronken van het avontuur en doof van de brullende motoren (vliegtuig-stermotor) viel ik ‘s avonds volmaakt gelukkig in slaap, waarbij ambitie voor onderwijs niet meer aan de orde kwam.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]