18581_bronvermeldingOp een middag, medio december 1944 kwam onderaan de boulevard ter hoogte van het Wooldhuis aan de landzijde een Buffalo over het zandpad aangereden, nadat hij door het water het dijkgat was overgestoken (gevaren).

Het brullend monster stopte, de commandant vroeg of ik mee wilde. natuurlijk wel. Ik klom over de hoge rand van de diepe laadbak met behulp van klimbeugels, vatte post achter het motor/bestuurderscompartiment, en daar ging het, volle kracht vooruit. Waarheen wist ik niet, en het interesseerde mij ook niet.
De rit ging door de Zandweg – Badhuisstraat – Betje Wolffplein, Aagje Dekenstraat. De buffalo was een amfibietank, op dat moment niet geladen en deinde met daverende motoren en ratelende rupsbanden door de straten.
Ik voelde me als een veldheer, die een triomftocht maakt! Bij de Timmerfabriek van de Koninklijke Maatschappij “De Schelde” aangekomen minderde hij vaart en dook bijna stijl van het kanaal talud af, zo het kanaal in.
De bestuurder gaf weer gas en we gingen in een nieuwe gedaante, als raderboot verder, richting Middelburg.
Daar aangekomen bij de zogenaamde meelfabriek werden enkele pakketjes van eigenaar gewisseld. De bestuurder draaide het vaartuig en we gingen langs dezelfde weg terug naar Vlissingen.
Bij het Wooldhuis werd gestopt, ik steeg uit en bedankte de commandant voor de rit en de voor mij onvergetelijke middag.

Nog dronken van het avontuur en doof van de brullende motoren (vliegtuig-stermotor) viel ik ‘s avonds volmaakt gelukkig in slaap, waarbij ambitie voor onderwijs niet meer aan de orde kwam.

Tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]