Een groots plan was het zeker wat het Engelse kabinet voor ogen had in mei 1809. Het plan behelsde een landing op Walcheren. Van hieruit zou een troepenmacht optrekken naar Vlissingen en Antwerpen om de aldaar gelegen arsenalen, dokken en werven te verwoesten.
Een deel van het leger zou achterblijven om zo het eiland te bezetten. Met Walcheren vast in handen kon de Schelde (lees: Antwerpen) afgesloten worden voor de scheepvaart.
Bovendien betekende dit ook dat het tegenoverliggende Franse grondgebied ter zijne tijd ingenomen zou kunnen worden.
Hoe deze ‘Grand Expedition‘ afliep, is genoegzaam bekend. Het liep uit op een onderneming die totaal mislukte, en uiteindelijk alleen maar verliezers kende. Antwerpen werd nooit bereikt, Walcheren werd nooit bezet. Wat wel succesvol verliep, was het bombardement van Vlissingen. De stad werd nagenoeg vernietigd.

Eerder schreef ik al kort over deze Walcherse Expeditie in het artikel ‘Letters from Flushing’. In dit stuk beschrijf ik de aanval op Vlissingen aan de hand van brieven van een onbekend gebleven Engelse officier.
Voor dit stuk heb ik ervoor gekozen om de strijd om Vlissingen te beschrijven aan de hand van twee Zeeuwse ooggetuigen. Niet alleen de strijd om Vlissingen dus maar ook de dagen voor en na het dramatische bombardement komen aan bod.

Zeilen voor de kust

Vanaf het moment dat de eerste Engelse schepen zich lieten zien, steeg de spanning onder de Walcherse bevolking. Er stond wat te gebeuren maar wat was nog even niet duidelijk. Daarvoor lagen de schepen nog te ver van de kust om bijvoorbeeld de omvang van de armada te kunnen bepalen.

Tegen het einde van de 28ste juni 1809 sloten steeds meer schepen zich aan bij de vloot. Op dat moment was de overheersende gedachte dat de schepen de luwte opzochten in verband met een naderende storm.Geen paniek dus. Maar dat veranderde de volgende ochtend toen de vloot de kust naderde.
Honderden inwoners van Walcheren konden hun nieuwsgierigheid niet bedwingen. Vanaf de stadswallen en de stranden aanschouwden zij de enorme Engelse vloot. Een woud aan masten lag voor de kust.

Meer dan zeshonderd zeilen gepositioneerd op drie verschillende locaties in de vaargeul lagen klaar om de aanval in te zetten. De toegang tot de Schelde werd afgesloten door schepen direct gelegen in de vaargeul ‘De Wielingen’. Grotere schepen (waarvan een groot aantal bestond uit transportschepen) lagen meer oostelijk in de buurt van de ‘Deurloo‘. De overige schepen waren geposteerd in de buurt van het ‘Veergat’.
De aanwezigheid van deze immense vloot ontlokte het Franse militaire commando direct tot tegenmaatregelen. Men beoordeelde dat de onvermijdelijke landing in de buurt van Zoutelande, Domburg of Breezand zou gaan plaatsvinden. Maar waar precies kon niet met zekerheid worden bepaald. Ondertussen lag de Engelse vloot rustig af te wachten. Voor korte duur, want de volgende dag brandde de strijd los.

Breezand - Middelburg - Veere - Fort Rammekens

De vijandelijke inval vond plaats bij Breezand. Al snel bleek de overmacht te groot, en de positie die de Vlaams-Franse Generaal Osten vooraf had ingenomen niet houdbaar. Osten beschikte over een totaal aantal van zo’n 1200 man en 4 kanonnen. Hoewel duidelijk in de minderheid leverde Osten wel een felle strijd met de vijand.
Rond middennacht was de situatie situatie hopeloos en blies Osten de aftocht. Dit gebeurde mede door het laten afweten van zijn Hollandse collega Generaal Bruce. Deze generaal was niet van plan veel inzet te tonen en verliet al snel samen met zijn Hollandse troepen het strijdtoneel. Via het zuidelijke deel van Walcheren
stak hij het sloe over naar Zuid-Beveland. Achteraf bleek dat hij zelfs zijn geschut niet onklaar had gemaakt. Een doodzonde.
De inval verliep voor de Engelsen dus succesvol. Zowel via de rechter- als de linkerflank kwam Osten in het nauw te zitten. Hij zag zich genoodzaakt verder af te zakken voorbij Middelburg.
Middelburg lag er onbeschermd bij. Geen garnizoen ter verdediging van de stad, en ook geen hulp in het verschiet. Om dood en verderf binnen de vestingmuren van Middelburg te voorkomen, gaf de stad zich over zonder een schot te lossen. Sterker nog: Middelburg wachtte niet de Engelsen af, maar zocht ze actief op in Breezand om de overgave te bespreken.
Terwijl op 31 juli Engelse troepen Middelburg binnentrokken, speelde zich bij Veere een ander tafereel af. Hier gaf de commandant van de vesting zich niet op voorhand gewonnen en wees het verzoek tot capitulatie af. Deze afwijzing werd al snel beantwoord met Engels kanonvuur en vuurpijlen. De volgende dag zag de commandant het nutteloze in van een verdere weigering tot overgave. Op 1 augustus 1809 was Veere stevig in Engelse handen.
Na de val van Veere trok een deel van het bezettingsleger verder naar het Fort Rammekens. Dit ten oosten van Vlissingen gelegen fort werd door de Engelsen als zeer belangrijk aangemerkt. Vanwege de zwakke bezetting hadden de verdedigers ook hier geen schijn van kans. Zodra de Fransen zagen dat het Engelse geschut werd opgesteld, gaven zij zich over. De capitulatie van het Fort Rammekens werd op 3 augustus getekend.

Generaal Osten in het nauw

De verschillende Engelse regimenten trokken nu via de oostelijke- en de westelijke kant op richting Vlissingen. Daarbij trokken er ook vanuit Middelburg verschillende regimenten op naar Vlissingen.
Na de terugtrekking van Generaal Osten richting Meliskerke en van daaruit voorbij Middelburg was hij geheel omsingeld. Niet alleen aan de flanken maar zeker ook pal voor hem ontstond een hachelijke situatie.
De positie die hij had ingenomen op de rijweg van Middelburg naar Vlissingen begon ook in gevaar te komen. Voor de zekerheid liet hij achter hem, op zo’n 20 minuten vanaf Vlissingen twee veldstukken opstellen. Vanuit deze positie zou hij bij verdere terugtrekking op Vlissingen dekkend vuur krijgen.

Beweging van de Engelse troepen duidde erop dat er op verschillende fronten een aanval aan zat te komen. Terwijl Engelse troepen oprukte aan de zijde van Rammekens, werd er ook een front geopend aan de westzijde richting de Nolle. Spoedig zette de Engelsen een grootscheepse aanval in op de positie van Generaal Osten. Ondanks dappere tegenstand moest ook deze positie verlaten worden om niet ingesloten te worden door de vijand.
In het dorp Oost-Souburg hield hij halt om enige weerstand te bieden tegen de oprukkende Engelse troepen. Lang kon hij niet standhouden en het verlies van zijn twee stukken geschut was het teken om te vluchten.

De slag om Vlissingen

Voordat Osten de stad binnentrok, liet hij op korte afstand van de vesting nog manschappen achter. Weldra luidde de alarmtrom binnen de muren van de stad. De vijand was de stad genaderd tot aan de lijn van laatste verdediging.
Deze dag kostte niet alleen veel manschappen het leven aan de zijde van de Middelburgse rijweg. Ook aan de westelijke kant werd dood en verderf gezaaid. Ondertussen marcheerden de Engelse troepen in colonne via de duinen richting Vlissingen.
Batterij Dishoek moest al snel opgeven toen het onder Engels vuur kwam te liggen. Voordat de kanonniers zich terugtrokken op Vlissingen wierpen ze een aantal stukken geschut in zee. De overige werden onklaar gemaakt. Batterij de Vijgeter was hetzelfde lot beschoren, en ook hier verlieten de manschappen hun post na het onklaar maken van het geschut.

De Engelsen marcheerden verder langs Dishoek en de Vijgeter richting de Nolle. Vanuit de vesting Vlissingen traden talrijke soldaten de Engelsen tegemoet. Een furieus gevecht tussen beide troepenmachten brak uit ter hoogte van de Nolle.
Vanaf de stadswallen was het gevecht te volgen. Zodra bleek dat de Engelse cavalerie een zijaanval wilde uitvoeren, werd vanaf de stadswallen het vuur op de ruiters geopend. De afschrikwekkende werking die hier vanuit ging, liet de Engelse ruiters geen keus dan de aanval af te breken.
Maar de overmacht van de Engelsen aan deze zijde van de stad was gewoon te groot. Na hardnekkige en langdurige gevechten moesten de Fransen zich terugtrekken. Zodra de Fransen zich terugtrokken, stelden de Engelsen hun batterijen met geschut niet ver van de Nolle op.

De volgende dag deden de vestingtroepen een uitval aan de oostelijke zijde van de stad. Aan deze kant waren de Engelsen bezig stukken geschut op te stellen om een belegering te starten. Deze uitvallen werden dagelijks uitgevoerd waarbij bataljons elkaar afwisselde. In de tussentijds werd er vanaf de vestingwallen gevuurd op de Engelsen.Het Vlissingse garnizoen soldaten boekte hier en daar succesjes. Maar vooral werd duidelijk dat de soldaten afgemat raakten en zienderogen verzwakten.

Franse versterkingen

Terwijl de stad steeds verder afgesloten raakte (lees: omsingeld), werden er vanuit Breskens Franse versterkingen overgezet. De Engelsen zagen dit met lede ogen aan. Voordat de Engelsen besloten blokkade schepen de Schelde op te sturen om dit te voorkomen, stuurde ze eerst een klein schip richting Vlissingen. Ze waren dan ook erg benieuwd hoe de Franse verdedigers op dit schip gingen reageren.
Zodra het schip binnen het bereik van het geschut kwam, werd van beide Scheldeoevers het vuur geopend. Ondanks de duidelijk serieuze verdedigende acties van de Fransen, lukte het de Engelsen om uiteindelijk de overzetting van versterkingen te stoppen.

Tegenaanval op de Nolle

Het zou niet lang meer duren voordat de Engelsen klaar waren om een offensief te starten vanaf de Nolle. De batterij die hier werd aangelegd, was bijna voltooid. Zowel de stad als de vestingwallen kwamen binnen het bereik van het geschut.
Om deze geschutsopstelling te verzwakken of liever nog te vernietigen, volgde er een tegenaanval vanuit de vesting. Deze vond plaats op 7 augustus.
Overeenkomstig de bevelen van de opperbevelhebber van de vesting Vlissingen Monnet gaf Generaal Osten opdracht een verkenning uit te voeren. Op hetzelfde moment zond hij een regiment naar Oud-Vlissingen (A) om als reserve eenheid op te treden.
Generaal Osten marcheerde met zijn troepen de vesting uit. De opdracht die hij aan zijn kolonels had gegeven, was duidelijk: een aanval via de zeedijk (B) en een aanval door de velden (C) naar de duinen van de Nolle. Met geweld moesten de duinen veroverd en het geschut vernield worden.
Het plan klonk te mooi als waar te zijn. Kolonel Bockman die als opdracht had gekregen zijn deel van de duinen te veroveren, deinsde bij het eerste schot van de Engelsen al terug. In plaats van mee te vechten in de voorhoede bleef hij met zijn eenheid achter. Zijn geweervuur bleek bepaald niet doeltreffend, maar juist wel gevaarlijk voor de voor hem oprukkende Franse troepen.

Kolonel Du Bouis kwam hierdoor in een benarde positie terecht. Door de wegvallende tegenstand maakte de Engelsen gebruik van de mogelijkheid om de troepen in het centrum te omsingelen. Du Bouis vocht samen met zijn troepen een bloedige strijd uit. Hij verloor 133 man binnen enkele uren. Uiteindelijk gaf hij zich over en werd samen met de overgebleven manschappen krijgsgevangen gemaakt.
De in reserve liggende troepen bij Oud-Vlissingen overzagen de situatie. Zowel op de linkervleugel als in het midden zag het strijdtoneel er niet goed uit voor de Fransen. Niet alleen werden de Engelsen gesignaleerd op de wegen maar ook lagen ze ingegraven in de velden en langs de slootkanten. Daarbij was de overmacht simpelweg te groot, dus er werd besloten terug te keren naar Vlissingen.
De bovengenoemde hevige gevechten duurde in totaal drie uur. Aan zowel de Franse- als aan de Engelse vielen er veel slachtoffers. Aan Engelse zijde verloren 48 soldaten het leven en vielen er 187 gewonden. Bij de Fransen stond de teller in totaal op 340.

Inundatie

Vlissingen was geheel omsingeld door het oppermachtige Engels leger. Een aantal van de ruim 17000 soldaten hadden stelling genomen. Naast de aanwezigheid van manschappen stonden vele stukken geschut opgesteld, klaar voor actie.
Generaal Monnet belast met het opperbevel over de Franse troepen stelde alles in het werk om de vesting verder in paraatheid te brengen. Naast het in brand steken en slopen van woningen die in de vuurlijn lagen, moesten ook met spoed beide molens worden gesloopt. Ondertussen was ook de opdracht tot inundatie gegeven.
Aan de oostzijde werd een begin gemaakt met het doorsteken van de zeedijk. Op de middag van de 10e augustus was het werk voltooid. Door het dijkgat stroomde de zee naar binnen. Tot aan Middelburg liep het land onder.
Het onklaar maken van een sluis zorgde ervoor dat bij hoogwater het water van de vestinggracht overstroomde. Niet alleen buiten de vesting stroomde het water over, maar ook binnen de muren hield men het niet droog.

Britse speldenprik

10 Augustus was het relatief rustig aan de landzijde van de vesting. Dit in tegenstelling tot de zeezijde. Een Engels schip wat zich had losgemaakt van de vloot zeilde tot voor de stad. Het voor anker liggende schip werd van alle kanten beschoten, maar ondanks het aanhoudend vuur vanaf de vestingwal werd er weinig schade aangebracht. Daar staat tegenover dat de kogels afgeschoten vanaf het schip wel schade veroorzaakte binnen de vesting.
De oorzaak van het slechte bereik van de Franse kanonnen lag in de matige kwaliteit van het kruit. Door het vochtige klimaat binnen de vesting en het ontbreken van droge kruitmagazijnen was de kwaliteit achteruit gegaan. Hierdoor verminderde de vuurkracht. Iets waar het Engelse kruit geen last van had.

Vrijdag 11 augustus

In de namiddag van vrijdag 11 augustus lichtten elf schepen het anker. Een schip met aan boord 40 stukken zwaar geschut voer rechtstreeks op de rede af. Zodra de beweging van de vloot werd geconstateerd klonk de alarmtrom. Het moment van de waarheid leek aangebroken.
Zodra de vijandige schepen binnen het bereik van het Franse geschut kwam opende deze het vuur. Dit gebeurde van zowel de Vlissingse kant als van Breskens. Meer dan twee uur hield het vuren aan. De passerende schepen vuurde op de vestingwal en op de stad.

Ondanks het geweld van de kanonnen wisten de schepen hun nieuwe ankerplaats te bereiken, en wel net buiten het bereik van de Vlissingse zeebatterijen.
Terwijl dit plaatsvond aan de zeezijde, vuurde een Engelse batterij bommen en vuurpijlen op de stad af. Deze aanval was gericht op het arsenaal gelegen bij de Rammekenspoort. Pas tegen de avond stopte de aanval. Het zag er naar uit dat er geen doden en gewonden waren gevallen in Vlissingen. Wel was er heel veel schade aangebracht aan verschillende huizen.

Zaterdag 12 augustus

Deze dag stond duidelijk in het teken van het onvermijdelijke. Het bombardement kon nu niet lang meer uitblijven. Aan de landzijde waren de vijandelijke opstellingen in gereedheid gebracht. Ammunitie voor de verschillende artillerie stukken was volop aanwezig. Aan de zeekant lagen de vele schepen klaar om hun dodelijke lading op de stad uit te storten. Het gevreesde bombardement begon op zondag 13 augustus.

Zondag 13 augustus

Na de middag begon het bombardement. Zowel vanaf de land- als de zeezijde vuurde meer dan 50 stukken geschut gelijktijdig op de stad. Kanonniers beantwoorde dit vuur vanaf de wallen. In de stad stonden de brandweerlui gereed om zich te begeven naar de plekken waar brand zou uitbreken.
Het vuur van de het geschut gelegen aan de landzijde was in eerste instantie gericht op de Franse voorposten. Deze kwamen zo onder vuur te liggen dat vele naar de stad vluchten. Om dit vluchten te stoppen, kwam de opdracht de stadspoorten af te sluiten. De voorposten wisten zich te organiseren en gingen wederom de strijd in.

In de namiddag waren de Engelsen vrijwel alle voorposten zeer dicht genaderd. Franse troepen moesten zich terugtrekken met het achterlaten van stukken geschut. Nog voor de vesting groeven de verdedigers zich nog eenmaal in. Vanuit snel gegraven loopgraven wachtte men de vijand af.
Bij het naderen van de vijand waren er de nodige schermutselingen. Gedurende dit drie uur durende gevecht raakte zowel de commandant als veel van zijn manschappen gewond. Ook telde zijn eenheid vele doden.

Onophoudelijk werd de vesting beschoten. Zowel van land- als van zeezijde schoten de Engelsen met alles wat ze hadden. Binnen de vesting werd het steeds moeilijker een veilige schuilplaats te vinden. Ontelbare kogels en bommen vlogen langs alle kanten in en door de stad, met dood en verderf als gevolg. Om de stad tot een waar inferno te maken, werden ook vuurpijlen (Congraves Rockets ) vanaf de schepen in de vesting gevuurd. Deze gevreesde en beruchte ‘Congreve Rockets’ veranderde de stad in een ware vuurzee.

Onderwijl nam het bombardement nog in hevigheid toe. De kanonniers en andere eenheden gelegen op de vestingwallen werden nu niet alleen van voren aangevallen maar ook in de rug. Geschut gelegen aan de zeekant werd meerdere malen geraakt door de vijandelijke landbatterijen. En het geschut op de aarden vestingwallen aan de landzijde werden ook beschoten vanaf de Engelse schepen.
Overbodig te zeggen dat de artsen al rap hun handen vol hadden aan gewonde soldaten én gewonde burgers.

Brandspuiten

Niet lang nadat de eerste vuurpijlen in de stad vielen werd de hulp van de brandspuiten ingeroepen. Op verschillende plekken in de stad waren branden uitgebroken. Met kogels en bommen overal neerkomende deden de mannen van de brandspuiten hun werk. Met standvastigheid, ijver en moed vochten zij tegen de vlammen. Hopende de stad te kunnen behoeden van een onbeheersbare en alles vernietigende brand.

Zonondergang

Bij het vallen van de avond op 13 augustus namen de beschietingen langzaam af. Dit gaf de stad een adempauze. Kort na zonsondergang opende de vijand wederom het vuur. Ontelbare vuurpijlen, bommen en kogels brachten wederom dood en verwoesting. Er ontstonden talrijke onbeheersbare branden. Ondanks een dappere strijd van de brandweerlui moest men het blussen staken en dekking zoeken tegen de almaar vallende bommen.
Bij het aanbreken van de dag werd duidelijk wat er die nacht was gebeurd: huizen lagen in as, woningen waren in ruïnes veranderd, veel inwoners waren op zoek naar een nieuwe schuilplaats, en moeders met kinderen vroegen zich af of ze hun man en/of vader nog levend zouden terugzien. De straten waren bezaaid met doden en gewonden.

Maandag 14 augustus

In de vroege ochtend lichtte zeven grote schepen gelegen ter hoogte van de Nolle hun anker. De zeilen gingen omhoog en de schepen naderde de stad tot op een afstand van een half kanonschot.
Met donderend geweld opende de schepen het vuur. Gevolgd door de landbatterijen en de al voor de vesting liggende schepen. Niets wat voorgaande dagen had plaatsgevonden was te vergelijken met wat er nu gebeurde. Meer dan 1100 vuurmonden, waarvan de meeste zich zeer dicht onder de vestingwallen bevonden, liet de vesting op zijn grondvesten schudden.
Iedere minuut dat het bombardement duurde nam de verwoesting toe. Door de hevigheid van deze aanval en de vorige dagen waren er geen middelen meer aanwezig om de stad te redden. Manschappen bij de brandspuiten hadden niet meer de kracht de spuiten te bedienen. Inwoners die om hulp riepen, terwijl ze gewond in hun woningen lagen konden niet bereikt worden. Hele wijken stonden in brand.

De verwoesting van de stad kwam heel dichtbij op het moment dat de gevangentoren werd geraakt. Brand brak uit. Onder de aanwezige brak doodsangst uit. Een enorme hoeveelheid kruit lag opslagen in de gevangentoren en zodra het vuur dit kruit zou bereiken zou de vernietiging van Vlissingen een feit zijn. Met man en macht werd het vuur bevochten terwijl het bombardement doorging.
Het dreigende onheil kon worden afgewend. De verspreiding van het vuur werd gestopt en geblust. Alleen het dak van de toren brandde in zijn geheel af.
Vanaf de stadswallen werden de Engelsen beschoten. Tijdens de eerste uren van het bombardement was er sprake van een sterk en geregeld tegenvuur. Dit nam snel af doordat er veel kanonniers gedood of gewond raakte. Door schade aan het geschut viel er veel uit. Manschappen die de taken van de kanonniers moesten overnemen, waren niet berekenend op dit geweld en verlieten hun post en zochten dekking.
Na een etmaal onophoudelijk onder een regen van kogels, vuurpijlen en bommen te hebben gelegen, zwegen de kanonnen.
Tijdens deze onderbreking eiste de Engelse Bevelvoerder de stad op. Generaal Monnet kreeg 1 uur de tijd om zich te beraden en met een antwoord te komen. Dat niet kwam.
Nog geen twee uur nadat het geschut zweeg, begonnen de beschietingen opnieuw. Totale verwoesting lag in het verschiet. Gedurende de nacht moesten de Fransen troepen die voor de vesting lagen zich terugtrekken. De Engelse soldaten waren namelijk begonnen aan de opmars richting de vesting.
De terugtrekkende Franse officier hield voor de laatste maal halt net voor de vestingwallen. Vanuit hier wist hij de vijand terug te dringen. Bij deze laatste offensieve aanval verloor hij 50 soldaten. Sommige werden gedood, raakte gewond of werden krijgsgevangen gemaakt door de Engelsen.

15 augustus

Twee uur na middernacht hield het schieten op. Op deze dinsdag zag de bevelvoerende generaal Monnet in dat verdere tegenstand zinloos was. Hij liet de burgemeester van Vlissingen bij zich komen en voerde met hem overleg over de capitulatie. Wat kon Monnet betekenen voor de burgers van Vlissingen als hij naar de Engelsen zou gaan om de eisen van overgave te bespreken.
In de ochtend kwam een Engelse officier naar Monnet en overhandigde hem de capitulatievoorwaarden. De voorwaarden werden door Monnet en zijn adviseurs besproken. De traagheid waarmee Monnet de voorwaarden bestudeerde leverde bij de burgers onzekerheid op. Meer dan 12 uur later werden de voorwaarden tot overgave van de stad getekend. Een kwartier hierna werden de officieren door Monnet op de hoogte gesteld dat het was afgelopen.

Vlissingen in handen van de Engelsen

Nog dezelfde nacht trokken de eerste Engelse troepen de stad binnen. Een van de eerste zaken die zij aanpakten, was het dichten van de dijk. Terwijl posities in de stad werden ingenomen, trok de Franse krijgsbezetting de stad uit. Dit gebeurde op donderdag 17 augustus.
In de stad werden alle manschappen verzameld en samen met Generaal Osten verlieten zij de stad. Ondanks het verlies, vertrok men met opgeheven hoofd en alle krijgseer door de Middelburgsepoort naar buiten. Generaal Monnet volgde de colonne van zo’n 3000 soldaten vanuit de achterhoede gezeten op een paard.
Onder begeleiding van Engelse ruiters ter paard liep men via Koudekerke naar Breezand. Hier aangekomen werden zij op transportschepen ingescheept en afgevoerd naar Engeland.
Zodra de inscheping was voltooid, keerde Monnet samen met een Engelse officier terug naar de stad. Osten werd in vrijheid gesteld en mocht nog een aantal dagen in Middelburg verblijven. Hierna vertrokken zij beide ook naar Engeland.
Nog dezelfde dag nadat de Fransen hun wapens hadden neergelegd en de vesting hadden verlaten ,trokken de Engelsen en masse de vesting binnen. Deze werden ondergebracht in kerken en barakken, en de officieren werden ingekwartierd bij burgers. De Engelse bezetting was een feit.

Bronnen:

Geschiedkundig  verhaal van de landing der Engelschen in Zeeland, 1809, S.van Hoek – 1820 – 
De landing der Engelschen in Zeeland, 1809, J. van Dykshoorn -1809-
Voor de afbeeldingen is er gebruik gemaakt van afbeeldingen uit het Nationaal Archief en het Gemeente archief Vlissingen, die bewerkt zijn in photoshop. Toevoeging van wat kleur en/of objecten.

Gerelateerde berichten
Filter by
Post Page
Franse Tijd Engelse bezetting 1809 Engelse Expeditie 1809 Algemeen Vesting Vlissingen
Sort by

5 Reacties

  1. Goed werk werk weer Edwin! Fijn ook weer met die illustraties. Voor de liefhebbers en de stadsgidsen kunnen hun verhalen nog levendiger maken.

  2. Na het lezen van het stukje in de pzc over het wrak op het oranjemolenstrand deze website weer eens opgezocht en (onder andere) dIt interressante artikel met mooie illustraties gelezen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.