Inleiding

Sinds 1875 is de scheepswerf de Schelde het kloppend hart van de werkgelegenheid in de Vlissingse binnenstad. Wat de Schelde ook doet, het heeft invloed op Vlissingen. Eind 20e eeuw heeft de Schelde het moeilijk en er volgt een reorganisatie waarbij er werkzaamheden verplaatst worden naar Vlissingen-Oost.

De Schelde vertrekt uiteindelijk uit de binnenstad en er ontstaan plannen wat er moet gebeuren met het terrein. Het terrein biedt ruimte aan meer dan 1000 woningen en de mogelijkheid tot recreatie wordt geopperd.

Op 23 december 2003 weet Omroep Zeeland te melden : ” Vlissingen koopt Schelde-terrein “.

Na de afbraak van vele gebouwen blijft het lang stil op het toekomstige bouwterrein, heel lang stil. Heel erg lang stil.

Langzame ontwikkeling

Na een langzame ontwikkeling van het gebied de afgelopen jaren start in juni 2018 de bouw van een nieuw deel. Deze lokatie aan de kop van het Dok, naast de Willem Ruysstraat gaat de naam ‘ Ketelmakerij ‘ krijgen.

Tijdens de graafwerkzaamheden kwamen er muurdelen bloot te liggen. Dankzij een oplettende burger werd de Walcherse Archeologische dienst op de hoogte gesteld van de vondst. De dag daarop ging de archeoloog polshoogte nemen, nadat hij de avond daarvoor de aannemer hiervan op de hoogte had gesteld.

Tot verbazing van de Walcherse archeoloog had de aannemer in de vroege ochtend de muurdelen alweer bedekt met een hele berg zand. Of dit doelbewust is gedaan durf ik niet te stellen. Het lijkt er echter wel sterk op.

Neemt niet weg dat een gedegen onderzoek van de vondsten, en het verdere terrein niet meer mogelijk was. Ondanks de tegenwerking is er nog wel, wat nog niet bedekt was bekeken. Hierdoor is er minimale informatie, veel te weinig voor een sluitende conclusie.

Archiefonderzoek

Welke informatie hebben wij ?

De gevonden muurdelen ( fundering ? ) zijn breed en lopen langs het huidige fietspad naar het oosten toe. De gevonden muurdelen behoren niet tot de oude vestingwerken. De muurdelen bestaan uit zandsteen en de oude mortel lijkt uitgesmeerd te zijn op nieuwere muurdelen. Dit laatste is natuurlijk zeer apart te noemen. Het is lastig te bepalen uit welke periode de muur en de mortel stamt.

Zou archiefonderzoek wat meer aan het licht weten te brengen ?

Uitbreiding stad

Het gebied waar men nu de werkzaamheden verricht is terug te voeren naar de periode rond 1611. Prins Maurits (1567-1625 ) gaf de opdracht om Vlissingen in een betere staat van verdediging te brengen.

Ten gevolge van deze uitbreiding werd het oppervlak van de stad groter. Mede hierdoor kwam de voormalige buitengracht nu binnen de vestingmuren te liggen. Deze gracht is de vroege voorloper van het huidige dok.

Na verloop van tijd ontstonden er in dit noordoostelijke gedeelte van de nieuwe stad op kleine schaal timmerwerven. Al snel kreeg de wijk de naam “ Nieuw Timmerwerf “.

Rond het jaar 1700 was er aan het eind van het dok een park bestaande uit loofbomen, paden en rustbanken. Dit park droeg de naam ‘ Het Bosje ‘ . Tijdens de Franse overheersing ( 1804 ) werden de bomen gerooid en veranderde het in een open plein.

Aan de kop van het Dok, voorbij het Bosje stonden pakhuizen; de West-Indische pakhuizen geheten. Vanaf de pakhuizen tot aan de Nieuwe Kolveniersstraat werd er gesproken over het Land Gozen. Land Gozen = wijk Nieuw Timmerwerf. Verder stonden er hier huizen met grote tuinen.

Lijnbaan

Rond 1756 stonden er in de Wellekomstraat twee lijnbanen.

Een lijnbaan, oftewel een touwslagerij is de plek waar de verschillenden soorten touw voor de schepen werd gedraaid. De lengte van de lijnbaan kon tot 300 meter oplopen. Het touw kwam uiteindelijk terecht in een ‘kuil’ waar het werd verzameld.

Deze lijnbanen liepen onderlangs de vestingwallen en zijn na het overlijden van de eigenaar publiekelijk verkocht. Snel na de verkoop zijn de lijnbanen gesloopt. Op de vrij gekomen grond zijn tuinen en woonhuizen gebouwd. Daarbij zijn er ook bomen geplant en een sloot gegraven over de gehele lengte van de voormalige lijnbaan.

In het jaar 1776 is er nog een lijnbaan gebouwd in het land Gozen en deze is in 1832 gesloopt.

Rijkswerf

In 1814 verhuisde de Rijkswerf vanuit Antwerpen naar Vlissingen. Vanaf dit moment werd het gebied rond het dok en de haven groots aangepakt.

Om tot de uitbreiding te komen wilde de regering in het bezit komen van de volgende stadsdelen :

1. Het Bosje gelegen aan de kop van het dok en de daarbij behorende straten.
2. Alle huizen en gebouwen tussen de Nieuwe Kolvenierstraat en het Bosje.
3. Het land Gozen en de daarin gelegen lijnbaan.
4. Huizenblok bij de Scherminkelstraat

Daarbij werd er ook een weg – de Nieuweweg – aangelegd die langs de vestingwal richting de Walstraat zou lopen.

Voordat er daadwerkelijk gebouwd kon worden moest een groot deel van het gebied opgekocht worden. Dit gebeurde in september 1816. Alle woningen en overige gebouwen werden opgekocht en afgebroken. Al snel begon met met de bouw van de Rijkswerf.

De Rijkswerf bestond uit twee delen. De werf van aanbouw en de werk van uitrusting. Voor dit artikel is alleen de werf van aanbouw van belang.

Momenteel ( 2018 ) zijn ze bezig met het bouwen binnen het met de gele stippellijn omgeven gebied.

Dit gedeelte van de werf had vier ingangen waarvan de hoofdingang gelegen was bij de Nieuwe Kolvenierstraat. Deze ingang werd afgesloten door middel van een ijzeren hek.

Een ander ingang bevondt zich op de Nieuweweg. Vanuit hier werd het hout vanuit de binnengracht op de werf gebracht. De overige twee ingangen waren te vinden bij de Walstraat ( later verplaatst naar de Peperstraat ) en aan de Peperdijk.

Op de werf van aanbouw werden naast een portiershuis met de daar aanwezige brandspuit ook een houtmagazijn gebouwd. Dit houtmagazijn liep langs de Nieuweweg, daar waar ooit de lijnbaan heeft gestaan. Dit houtmagazijn was opgebouwd uit een houten constructie en had als fundering een brede stenen voet.

Het was een groot gebouw en huisveste een aantal kantoren samen met een bergplaats voor hout op de begane grond. Op de eerste verdieping waren er opslagruimten voor ijzer-/koperwerk en overige scheepsbenodigdheden. Ook zat op dezelfde etage een schilder/timmerwerkplaats en de tekenkamer. Op de bovenste etage, de zolder werden de mallen voor de te bouwen schepen gemaakt.

Naast dit houtmagazijn stond een kleiner gebouw. Dit was een werkplaats waar beeldhouwers hun werk deden. Daarnaast stond er op het terrein ook een bierhok ( hier kregen de arbeiders bier om hun lange werkdagen wat plezieriger te maken ).

Aan het eind van het dok werd er in 1818 een smederij gebouwd.

Voor de werf lagen twee scheepshellingen die met houten kappen overdekt waren. Bij de hoofdingang lagen twee kleinere hellingen ( aangelegd in 1823 ) en deze waren ook overdekt.

Tot aan de opheffing van de Marinewerf in 1869 veranderd er weinig meer in het voor ons interessante gebied.

De Schelde

Vanaf het moment dat de Marinewerf uit Vlissingen verdwijnt is dit een behoorlijke aderlating voor de stad. Gelukkig voor Vlissingen duurt deze teloorgang niet heel erg lang.

In 1875 wordt op het voormalige terrein van de Marinewerf de Koninklijke Maatschappij De Schelde opgericht en zal hier met de nodige flinke uitbreidingen blijven tot 2001.

Oude gebouwen worden afgebroken, of aangepast aan nieuwe tijden en nieuwe gebouwen komen erbij.

Zo wordt de ketelmakerij en de reparatiewerkplaats gebouwd op de plek van het voormalige houtmagazijn. Waar ooit de kleine overkapingen stonden komt er een scheepsbouwloods en een klein bedrijfskantoor.

Sloop 2007

Bij het verdwijnen van de werf ontstaat er een gapend gat in de binnenstad van Vlissingen. Na heel wat jaren komt er uiteindelijk schot in de ontwikkeling van dit gebied. Waar eerst de overzijde van het dok is aangepakt, is het dan nu de beurt aan noordoostelijke kant.

Daar waar de murendelen nu zijn bedekt onder een dikke laag aarde. Of zelfs in hun geheel zijn gesloopt zonder dat er een gedegen onderzoek heeft kunnen plaatsvinden. Voor de eeuwigheid verdwenen.

Conclusie

De vraag blijft natuurlijk wat er eventueel mogelijk gevonden en gezien is. Het blijft een vraag waar niet met zekerheid een antwoord op kan worden gegeven.

In het archief is terug te vinden wat er heeft gestaan. Van wie het is geweest en hoe het er ongeveer uit heeft gezien.

Het is duidelijk dat dit gebied bebouwd is geweest met woonhuizen en flinke tuinen. Daarbij is er een lijnbaan geweest die parallel heeft gelopen met de huidige Willem Ruijsstraat.

De bovenstaande afbeelding laat zien wat de archeologische dienst nog heeft weten te bekijken.

Dit alles ligt in de buurt van de eerder genoemde lijnbaan. Het later gebouwde houtmagazijn heeft , denk ik als fundering een deel van deze vroegere lijnbaan. Of de aangetroffen muurdelen zijn de nieuw gebouwde fundering van dit magazijn. Waarbij er ook gedacht moet worden dat de gevonden muurdelen later ook onderdeel zijn geworden van de muur van de ketelmakerij.

De kans is aanwezig dat de bebouwing op dit deel zijn oorsprong heeft gehad in voorgaande gebouwen die terug te voeren zijn tot halverwege de 18e eeuw.

Het zou mij niet verbazen dat de gevonden kelderachtige constructie onderdeel is geweest van de lijnbaan en dat dit de plek is geweest waar het geproduceerde touw in werd opgevangen. De zogenaamde kuil.

Foto’s gemaakt door Peter Hendriks en met toestemming geplaatst

Bronnen

Afbeelding Nieuwbouw Ketelmakerij : website gemeente Vlissingen

Overkappingen :http://gemeentearchiefvlissingen.blogspot.com/2013/07/de-kappen-op-de-marinewerf-en.html

GAV 414 Historische topografische atlas inv. nummer 2324
GAV 112 Handschriftenverzameling inv. nummer 5531
GAV 100 Stads(Gemeente)bestuur Vlissingen I  inv. nummer 2769
GAV 414 Historische topografische atlas inv. nummer 2581
GAV 414 Historische topografische atlas inv. nummer 1025
GAV 414 Historische topografische atlas inv. nummer 1038
GAV 414 Historische topografische atlas inv. nummer 918
GAV, Biblnr. 6111Geschiedkundige plaatsbeschrijving van Vlissingen / Winkelman, H.P. – Vlissingen : Bikker, boekhandel, 1972
Beschryvinge der stadt Vlissinge; het handschrift van Jasper Jaspersen Brasser 1754