554154671361723Oktober 1981 is er een onderzoeksrapport naar het college gestuurd met daarin de resultaten van het onderzoek naar het gangenstelsel in de omgeving van de Westbeer.

Op 20 januari, een aantal dagen voor een raadsvergadering, is er een aan de raad geadresseerde brief verstuurd met daarin een korte samenvatting van de bevindingen. Echter valt de afsluitende zin op ” Wij stellen u voor deze notitie voor kennisgeving aan te nemen.”

Tijdens de raadsvergadering van 29 januari sprak mevrouw Punt (raadslid – denk ik -) haar ongenoegen uit over deze laatste opmerking. Niet alleen binnen de commissie welzijn, maar ook burgers van Vlissingen spraken hun teleurstelling uit over deze opmerking.

Ik zal kort aangeven wat zij verder nog verteld. De belangrijke historische waarde van deze gangen, het eventueel inschakelen van de stichting Menno van Coehoorn ( http://www.coehoorn.nl/ ) en de aanwezigheid van tekeningen van alle gangen in het Franse Genie archief wat te vinden is in Parijs ( Chataeu de Vincent ).

Verder haalt zij ook de gangen van Maastricht aan, en dat het goed zou zijn om daar eens poolshoogte te gaan nemen.

Belangrijk vindt zij dat er meer bekendheid komt voor het Vlissingse gangenstelsel.

Haar collega raadslid Mevrouw Meijer is het niet geheel met haar eens. Zij vindt ook dat de gangen een historische waarde hebben maar dat er geen vergelijking gemaakt mag worden met Maastricht. Maastricht beschikt over een totale lengte van 14 kilometer aan gangen wat geëxploiteerd wordt.

Meijer ziet meer beren op haar pad dan haar collega en gelooft niet dat de gangen tegen relatief lage kosten opgesteld kunnen worden voor het publiek. Hier komt veel meer bij kijken, zoals een mooi gebouw op de boulevard die toegang geeft tot de gangen. En natuurlijk de eeuwige bezuinigingen die verhinderen om er verder wat mee te doen.

” Maar zodra u een mogelijkheid ziet …… openstellen …. wilt u dat dan zo vlug mogelijk doen.”

En de heer Lust voorziet een zware zaak voor de gemeente en hoopt op betere tijden. ” Wat in het vat zit verzuurt niet en het ligt er al een paar honderd jaar, dus we kunnen het te zijner tijd ophalen als het nodig is.”

– Tsja… nu weet ik waarom ik nooit plan op de lange termijn, want op de lange termijn zijn wij allemaal dood. –

Na de raadsleden is het nu aan de Wethouder, de heer Bruinooge om te reageren.

Eigenlijk is zijn antwoord een opsomming van al het bovenstaande : grote historische waarde. Om het open te stellen moet het aan bepaalde voorwaarden voldoen en het moet geëxploiteerd kunnen worden. Maar er is al een gesprek gaande met een belangstellende en dat is nog niet afgerond volgens de wethouder in 1982.

En als aan alle voorwaarden is voldaan dan zijn wij (het college) bereid die hele zaak weer opnieuw te bezien. En zo sluit de wethouder dit onderdeel af.

De voorzitter van die avond :

” We gaan de verdere ontwikkeling afwachten, U heeft van de wethouder gehoord dat we zullen proberen om het rond te breien.”

En zo is het 2014