Vraag aan mensen die bij de Oostbeer staan te kijken wat zij zien, waarschijnlijk komen zij niet verder dan het verhaal op het informatiebord. Jammer, want de Oostbeer en omgeving zijn interessante elementen uit het vestingverleden van Vlissingen. Kennis over dit monument ontbreekt. Toch is die kennis wel degelijk voorhanden. In het Vlissingse Gemeentearchief is veel informatie te vinden over de vestingwerken. Een door Frankrijk verloren zeeslag in 1805 is aanleiding voor veranderingen aan de vestingwerken en de bouw van de Oostbeer. Door de niet te stuiten militaire opmars van Frankrijk sluit het Gewest Zeeland in 1795 met Frankrijk een capitulatieverdrag. Als gevolg hiervan krijgen de Fransen Vlissingen in bruikleen, uiteindelijk komt Vlissingen in 1807 geheel onder Frans bestuur.

Strategische ligging Vlissingen

Napoleon Bonaparte heeft tot 1805 altijd het plan gehad Engeland te bezetten. Om dit doel te bereiken zou een grote invasievloot gebouwd moeten worden. Een haven met een goede strategische ligging is hier voor van groot belang.

Hierdoor komt Vlissingen met zijn grote haven en goede ligging aan de monding van de Westerschelde in beeld bij de Franse militaire legerleiding. In 1803 viel de keus op Vlissingen als belangrijke uitvalbasis. De plannen liepen anders. Na de verloren zeeslag bij Trafalgar in 1805 ligt de nadruk op het voorkomen van een Engelse invasie. Napoleon geeft Vlissingen een hoge status als vesting om de Westerschelde te beschermen.

De vesting is echter verouderd en dient verbeterd te worden.

Walcheren in 1809

Aanpassingen aan de vesting in de Franse tijd

De eerste aanpassingen rond 1807 hebben betrekking op de hoofdwal. Bastions worden verhoogd en vernieuwd. In latere jaren zijn er vele andere vernieuwingen te zien.

Het voorliggende verdedigingswerk is opgebouwd uit een aarden wal met een borstwering. Het bestaat uit een binnenplein, een defensieve toren en wapenplaats.

Door gebruik te maken van een oprit kan men op de hoger gelegen borstwering komen. Van hierachter schiet de verdediger op zijn vijand. De voorzijde van het werk loopt glooiend af, dit werkt in het voordeel van de verdediging. Voor een optimaal zicht op de omgeving is er voor het verdedigingswerk geen bebouwing of beplanting aanwezig. De linkerzijde zal geflankeerd worden door bastion 7 en bastion 8. De rechterzijde gelegen aan de zeekant door bastion 9.

Binnen het verdedigingswerk staat nog een defensieve toren die bereikt kan worden via een onderaardse galerij.

Defensieve toren

De toren is te bereiken vanuit het onderliggende stelsel van gangen, gelegen aan de overzijde van de gracht. Doordat het stelsel onder de grond ligt kunnen de verdedigers ongehinderd de toren bereiken. De ingang van de toren ligt op het niveau van de galerijvloer en wordt door middel van een kleine trap bereikt. De toren is voorzien van schietgaten en kan zowel de wapenplaats als ook de borstwering waar de kanonnen staan opgesteld, bestrijken.

Een deur in een uitbouw van de toren geeft toegang tot het binnenplein. Deze uitbouw ligt in de richting van de gracht zodat deze verdedigd kan worden vanaf de vestingwal en bastions. Deze uitbouw heeft voor extra veiligheid een verdedigbare deur. De toren heeft een diameter van 6 meter. Jammer genoeg is de hoogte mij niet bekend.

Contrescarp- en escarpgalerij

De contrescarpgalerij ligt aan overzijde van de vestinggracht, tegenover de hoofdwal. De galerij is 1,5 meter breed en 2 meter hoog. De lengte is zo rond de 41 meter en de galerij ligt onder het niveau van de binnenplaats van het verdedigingswerk. In deze ondergrondse galerij zijn schietgaten aangebracht die de vestinggracht bestrijken.

De galerij dient als begin- en eindpunt van de mijngalerij die onder het verdedigingswerk loopt. Deze galerij blijft wel binnen de grens van de verdedigingswal. Vanuit deze galerij loopt er een verbindingsgang die toegang geeft tot de toren.

In de vestingwal tussen bastion 7 en 8 bevindt zich de toegang tot de escarpgalerij. Deze 120 meter lange, onder de grond lopende galerij maakt een aansluiting met de galerij van de beer. Ook deze galerij is voorzien van schietgaten.

Ondergrondse oorlogsvoering: mijngalerij en mijnkamers

Onder het verdedigingswerk is een stelsel gebouwd van mijngalerijen en mijnkamers. In de mijngalerij zijn op verschillende af standen toegangen gegraven naar de mijnkamers. De mijngalerij zelf is gemetseld, de mijnkamers zijn uitgraven en worden gestut door een houten rooster. Waar er gekropen moet worden om de mijnkamers te bereiken kan men in de mijngangen rechtop lopen. Als de situatie erom vraagt wordt in de mijnkamer de springlading geplaatst. De positie van de mijnkamers in het verdedigingswerk is niet willekeurig. Verschillende mijnkamers behoren tot eenzelfde groep. Op deze wijze is het mogelijk de explosie geschakeld of losstaand te laten plaatsvinden. Dit om het gewenste resultaat te verkrijgen.

De illustratie laat goed zien hoe het verloop van de mijngalerij en mijnkamers is onder het verdedigingswerk. De vermelde letters geven aan tot welke groep de mijnkamers behoren.

Uniek is het gangenstelsel dat buiten het verdedigingswerk doorloopt onder de zeedijk. Het ontsteken van de springladingen in deze mijnkamers veroorzaakt een bres in de zeedijk. Inundatie zou het gevolg zijn en de vijand behoorlijk belemmeren, zo niet onmogelijk maken een belegering te starten.

De mijngalerij en mijnkamers behoren tot de opzet van een ondergrondse oorlogsvoering. Als de vijand het binnenplein zou weten te bereiken kan men door het op blazen van delen van het werk de vijand schade toebrengen. Maar dat niet alleen. De mogelijkheid bestaat ook dat de vijand zich toegang weet te verschaffen tot het ondergrondse mijnsysteem. De verdediger kan dan gericht bepaalde delen van de gangen laten instorten. Dit blokkeert dan niet alleen de toegang maar zorgt ook voor verwarring in de andere mijngalerijen. De galerijen hebben op een vaste afstand houten deuren en houten schotten die gesloten kunnen worden. Zo ontstaat er een extra ondergrondse verdediging mocht de vijand binnendringen.

De beer

Zoals eerder genoemd heeft de beer een lengte van 30 meter. De galerij die door de beer heen loopt is 1,5 meter breed (D) en 2 meter hoog (E). Aan de grachtzijde zijn schietgaten (F) aangebracht met als doel de vijand te beschieten als deze de gracht wil oversteken. De schietgaten liggen op een onderlinge afstand van 60 cm en zijn aan de binnenzijde 40 cm en aan de grachtkant zo’n 10 cm breed.

De beer is in zijn geheel gemetseld. De bakstenen die zijn gebruikt, zijn voor die tijd algemeen toegepaste stenen (Rode Hollandse bakstenen). Ook de mortel is te classificeren als standaard.

De onderzijde van de muurbekleding is voorzien van natuursteen. Deze begint aan de voet van de beer en eindigt op de hoogte die het water zal bereiken bij hoogwater. De totale hoogte van de beer bedraagt 8 meter en is opgebouwd uit 3 delen:

1. De fundering (C) is 2 meter hoog en 6 meter breed.

2. Het tweede deel (B) verloopt onder een hoek van 5 graden en heeft een hoogte van om en nabij de 3,65 meter.

3. Het laatste deel (A) loopt onder een hoek van 45 graden en heeft een hoogte van 2,35 meter.

Op de overgangen van de verschillende delen zijn er natuurstenen hoekprofielen (G) aangebracht. Deze hebben een breedte van 0,50 cm.

Na 1814

Na het vertrek van de Fransen blijft Vlissingen als vesting gehandhaafd. Om de vesting in staat van paraatheid te houden is er met regelmaat een inspectie door de Nederlandse Genie. Hieruit volgen weer aanbevelingen wat er moet gebeuren om de vesting aan te passen aan nieuwe tijden. De verslagen werpen wel een goed licht op wat er door de Fransen is uitgevoerd. Zo volgt er in 1831 een beschrijving van de vesting. Hieruit blijkt dat al het bovenstaande ook daadwerkelijk is uitgevoerd.

Opvallend is wel dat er al snel verval optreedt. Blijkbaar wordt er geen echt onderhoud gepleegd aan de bestaande werken. De vestingwerken met het mijnsysteem raken in steeds slechtere staat.

In 1867 verliest Vlissingen zijn status als Vesting. Al snel begint men met het afbreken van de resterende verdedigingswallen en bijbehorende verdedigingswerken.

Een van de weinige werken die zijn overgebleven is de Oostbeer. De Oostbeer heeft een restauratie ondergaan, die in 2016 wordt afgerond.

De hoofdwal van de vesting Vlissingen (1809)
Situatietekening van het voorliggende verdedigings werk
Situatietekening van het voorliggende verdedigingswerk met de schiettoren
Situatietekening met daarop aangegeven: contrescarp galerij (C), escarpgalerij (E) en de toegang tot de escarpgalerij (T)
Uitsnede waarop het verloop van het mijn systeem te zien is
Doorsnede beer
Restauratie Oostbeer
Bronnen en gebruikte afbeeldingen:.
  1. Kaart materiaal 1809: The National Archives, WO 78/1038.
  2. GAV, bibliotheek nummer 3037, Archief memoriën der Genie (O.M.M.)
  3. GAV, bibliotheek nummer 3038, Archief memoriën der Genie (O.M.M.)
  4. Uitsnede mijnsysteem: Nationaal Archief, Den Haag, Oorlog: Plans van Vestingen, nummer toe gang 4.0PV, inventarisnummer V66.
  5. Victor Enthoven, Een haven te ver, Vantilt 2009, blz 24
  6. Situatietekeningen eigen collectie. Tekeningen zijn gebaseerd op GAV, toegang 414, inv. 1308.
Gerelateerde berichten
Filter by
Post Page
Oostbeer Restauratie Restauratie Oostbeer
Sort by

6 Reacties

  1. Het is zeker een interessant artikel, de oostbeer mooi beschreven
    Jammer dat er zo weinig over is van Vesting Vlissingen

    • En daarom is het goed dat de Oostbeer is gerestaureerd. Ondanks dat de buitenzijde van de Oostbeer niet helemaal origineel is geeft het wel een goed idee van de omvang van het werk. Er is sinds 19xx zoveel aan de Oostbeer gerepareerd ( ik noem het express geen restauratie ) dat er veel ‘ouds’ is vervangen. De binnenzijde daarin tegen is vrijwel authentiek. Door de huidige restauratie kan de Oostbeer nog vele jaren mee.

Geef een reactie