De amateur-marodeur (‘stroper’) bracht weer eens een bezoek aan koffiehuis ” De laatste snik”.

De deur van de gelagkamer stond uitnodigend open, eenmaal binnen in de halfdonkere ruimte ( bij het invallen van de duisternis was iedereen verplicht om de ramen te blinderen, verduisteren genoemd) ontdekte ik in de chaos achtergelaten wapens, uitrustingsstukken, landkaarten, deken etc. van het Nederlandse leger.

Wat een, in mijn ogen kostbaar materiaal, zomaar en in grote hoeveelheden achtergelaten, alles zo goed als nieuw.

Ik had al een paar dagen voordien een geweergrendel gevonden in de droge sloot voor mijn evacuatie-adres. ” Wat een geheimzinnig en volmaakt voorwerp”, dacht ik. Hoe kun je dat nu zomaar verliezen.

Binnen met alle evacuées rond de keukentafel aan de koffie, liet ik mijn grote schat zien.
Iedereen keek er sprakeloos naar, totdat ene mijnheer van Uchten de stilte verbrak en riep : ” Vijfde colonne, actie of desertie”.

Tijdens de meidagen deden allerlei spook- en indianenverhalen de ronde, zoals parachutisten, die in nonnen-habijt neerdaalden en eenmaal geland onder hun rokken een vuurwapen te voorschijn haalden, kinderhinkelbanen of richtingspijlen door kinderen met krijt op het plaveisel of op muren van gebouwen waren geschreven, zouden als doel hebben het Duitse leger van geheime informatie te voorzien.

Een man, die in het nachtelijke duister op straat een sigaret opstak, zou vanuit een overvliegend vijandelijk vliegtuig door het hoofd zijn geschoten.

Spannende verhalen allemaal, ik kreeg er honger van! En brood met appelstroop smaakte bijzonder. Op latere leeftijd zou blijken, dat smaak en geur trigger-mechanisme zijn, waarbij oude herinneringen weer boven komen. Voor mij geldt : in de maand mei hoort een boterham met appelstroop erbij!

tekst en afbeelding : Cees van der Burght – De oorlog die geen einde nam –
bron : Gemeentearchief Vlissingen